Luxe Engels industrieel aardewerk: kommen van 'lustre ware', bedrukt 'pearlware', 'mocha' ('dipped') ware en 'blue transferware'. Behalve de 'mocha ware' (1775-1800) dateert de Engelse keramiek uit de periode 1810-1820. messen aanwezig. De productie is typerend voor Solingen, in het Duitse Ruhrgebied. Daarnaast werden ook sabels waarop een meesterteken en het jaar 1820 ge vonden en een ton vol met tafelmessen. Verpakt in vele tonnen werden smeedijzeren nagels, hamerkoppen, spa des, dissels en hakken aangetroffen. Een ton was gevuld met zogenaamde plantagemessen keurig radiaal ge schikt. Er werd een grote open kookpot, een zogenaamde 'kapa' aangetroffen. Deze gietijzeren pot had een binnen- maat van 1,5 m en was 0,78 m hoog. De hoeveelheid landbouw-, en grondbewerkingsgereedschap was aan zienlijk. Op de houten tonnen waren geschilderde mer ken aangebracht. Naast het gereedschap zoals de kapmessen, spades en dissels, werden ook kleine ijzerwaren en metalen orna menten als tondeldozen, gordijnringen, spelden, sierha- ken, rozetten en festoenen gevonden. De vele sierlijke pa raplu's of parasols zijn herkenbaar aan de metalen stok, de dunne metalen spanners en baleinen ribben. De be spanning was verdwenen. Zowel de ferrule als de hard houten of benen haak waren fraai geornamenteerd. Mogelijk zijn de paraplu's ook afcomstig uit Engeland. Als luxe-item werden ook onderdelen van een koets, zo als de plaatvering, opgedoken. De resten hiervan waren ernstig achteruit gegaan. Rode bakstenen, kalk, verfgrondstoffen en verf vormden de bouwmaterialen aan boord van het schip. De stenen lagen als ballast onderin het schip. Persoonlijke items zijn nauwelijks gevonden. Zij beperk ten zich tot een olielamp, een wollen muts, een houten octant, loden musket- en hagelkorrels. Uit historisch onderzoek door Duikclub Texel bleek, dat het scheepswrak de 'Pieter Anthonie' moet zijn geweest. Dit 2-deks fregat van 400 ton is op 6 december 1822 ge strand op de Zuidbank bij Texel. De berging lukt niet, de kiel was gebroken. De lading van de hogere dekken werd destijds grotendeels geborgen. Wat onder de waterlijn lag, bleef in het wrak behouden. Ten tijde van de stranding waren 16 koppen aan boord; de Amelandse kapitein Cornelis Hofcer en de overige be manningsleden, afcomstig van Ameland, Terschelling en Hindeloopen. Het schip was eigendom van Willem Carbin. Deze Carbin of Charbon had in 1821 al een koffieplantage in de 'Berbice' bij de Nickery rivier in ontwikkeling geno men. Er werkten acht slaven op deze plantage. De be stemming van het schip bleek volgens de bronnen de nieuw te ontwikkelen tweede plantage naast de eerder genoemde in het Nederlandse gebied aan de Corantijnrivier (de grens tussen Suriname en Guyana, 180 km ten westen van Paramaribo). 'Keulse potten' uit het Westerwald, versierd met gekerfde en blauw geschilderde bloemen en dieren. Nummer 130, maart 2019 Historische Vereniging Texel 7

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2019 | | pagina 9