Schapennamen Dick Drijver Mijn vader gaf zijn schapen namen. Ik heb nog een oud notitieboekje van hem waarin hij de schapen noteerde die gedekt waren door de ram. Letterlijk met naam en toenaam. De uiteindelijke namen waren opgebouwd uit wat ik noem de basisnaam aangevuld met de code voor de leef tijd en (indien nodig) verder aangevuld met nog een bij zonderheid. Hieronder zal ik deze geheel eigen burger lijke stand van mijn vader proberen te verduidelijken. Sommige details zijn voor mij ook niet helemaal duide lijk, maar op hoofdlijnen weet ik het wel. Er zijn dus drie bestanddelen die de volledige naam be paalden: 1. De basisnaam. 2. De leeftijdsaanduiding. 3. Aanvullende bijzonderheden. Hieronder werk ik dit nog wat verder uit. Basisnamen Er waren bij mijn vader grofweg vier groepen te onder scheiden waaruit de basisnamen werden gekozen. a. Namen van (bekende) personen. Voorbeelden: Napoleon, Tromp, Dominee, Lindberg, Nel (mijn zus), de Wet, van Galen, enzovoorts van het. a. Namen vanwege uiterlijke kenmerken van een schaap. Voorbeelden: Stippelneus, Blinde, Hazewind, Zwartlip, Zwartkop, Zwartnek, Smalkop, Rattestéért, Wolstrooier, Wurremkont, Muus (zus van Nel), Zonder Oore, Uutkauwer, Pielstéért, Skeiter, Maamelaater, Kortoor. a. Namen van een ander dier. Voorbeelden: Reiger, Haas, Geit, Vos, Lampe, Kameel, Liester, Giraf. a. Namen verbonden aan een bepaalde locatie van wege de geboorte ter plaatse of vanwege andere bij zonderheden op die plaats. Voorbeelden: Graskuul, Smitsbol, Rooster, Licht van Tróóst, Vlakkie, Drenkeling. Deze laatste naam hoort bij een schaap dat werd gered van de kwelder van de Mokbaai toen deze onder water liep bij stormvloed. Nadere detaillering van de naam door de leeftijdsaan duiding. Mijn vader gebruikte daarvoor het volgende systeem. IJkpunt daarvoor was de leeftijd van het schaap als het door de ram werd gedekt. De fase van lam en enterling (0 tot 1,5 jaar) telde daar voor niet mee. 1,5 jaar is jonkie (j). 2,5 jaar is overjonkie (o j). 3,5 jaar is derde lams (3 l). 4 jaar en ouder is oud (o). De basisnaam kan hiermee bijvoorbeeld de volgende de finitieve namen opleveren. o j Kl.Tw /Dominee. Dit is een overjonkie met de basis- naam Dominee en met als bijzonderheid dat het er een van een kleine tweeling is. 3 l/ ong/ Napoleon (Puntje). Dit is een derdelams schaap met de basisnaam Napoleon en met als bijzonderheid dat het de ziekte ongans heeft gehad en dat vaak vertoeft op het Puntje bij de Mok. Bij het ramlóópe noteerde mijn vader iedere dag de scha pen welke die dag door de ram gedekt waren. De scha pen van mijn vader liepen in de duinen. Vóór het aflam- men moesten ze opgehaald worden en lopend naar huis in Den Hoorn gebracht. De schuurruimte daar was be perkt. Daarom werden de schapen in drie groepen opge haald met telkens twee weken ertussen. Om te weten welke schapen dat waren werden ze opgehaald in volg orde van de datum waarop ze gedekt waren. Vanaf de jaren zeventig/tachtig gebruikten de boeren ge kleurde blokken die op de borst van de ram werden be vestigd. Per periode van zeventien dagen (cyclus schaap) werden de blokken gewisseld voor een andere kleur. De schapen werden voor het aflammen dan per kleurgroep opgehaald. Toen waren de namen en de administratie er van niet echt meer nodig. Er kwam nog een ander Tessels woord bij me boven: oovertrouwe. Dit woord werd gebruikt als we probeerden een lam te laten accepteren door een ander schaap. Het is dus syno niem met beewenne en ooverwenne. 32 Historische Vereniging Texel Nummer 130, maart 2019

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2019 | | pagina 34