Tekele Rijnse Zwaal (1799-1896) schoolmeester Oudeschild 1833-1857, gaf les in de stuurmanskunst/navigatie aan vele zeelieden. Tekele Rijnsz Zwaal op zijn 93e verjaardag (18-9 1892) uit Van der Vlis, 1975. meeste gevallen Amsterdamse reders voor wie de Texelaars varen maken geen onderscheid naar opleiding, selfmade of geloof. 5 Op welke leeftijd start het kapiteinschap? Als primaire bron dient de toetreding tot het Effectief lid maatschap van het in 1822 opgerichte College Zeemanshoop (CZ) in Amsterdam. Het verkregen lid maatschap wordt in de praktijk direct gevolgd door een start als kapitein. Vóór 1822 is het lastig om de leeftijd te bepalen en zouden Amsterdamse monsterrollen als bron kunnen dienen, doch deze zijn niet allemaal bewaard ge bleven. Gebaseerd op informatie van CZ komt van 39 ka piteins de gemiddelde startleeftijd uit op 33 jaar. Dit komt bijna overeen met de 32 jaar van de kapiteins van de rederij Van Starckenborg van Straten, met dezelfde praktijkachtergrond. De resterende 9 kapiteins komen uit op een leeftijd van 36 jaar en zijn gerekend vanaf het jaar dat zij als kapitein met een gevonden schip bekend zijn, maar kunnen dit al eerder zijn, doch is het schip niet ge vonden. Dit betreft 6 kapiteins, ruim geboren vóór 1800. Alvorens het kapiteinschap wordt bereikt doorlopen zij de rangen van jongen, lichtmatroos, matroos en dan 3e en/of 2e stuurman, 1e stuurman en tot slot de eindstap naar het kapiteinschap. Ze zijn dan ruim 'gepokt en ge mazeld' in het zeemansvak. 6 Wat is de tijdsduur van het kapiteinschap, het aantal rederijen waarvoor is gevaren, op hoeveel schepen? Van 46 kapiteins is het mogelijk om de tijdsduur van hun actieve periode als kapitein te bepalen. Deze bedraagt ge middeld 13 jaar, wanneer de 19 vroegtijdig overleden kapiteins eruit worden gehaald die op zich 11 jaar kapi tein zijn, bedraagt de tijdsduur 15 jaar. Uitschieters zijn Klaas Welger met 25- en Hendrik Zoetelief met 24 jaren. De 46 varen tijdens hun loopbaan voor gemiddeld 2 re derijen, ook wanneer de 19 niet worden meegeteld. Met gemiddeld 2 rederijen kunnen de kapiteins als redelijk honkvast getypeerd worden. De uitschieters zijn hier Cornelis C. Duinker met 6, Daniel J. Duinker, Pieter Rademaker, Michiel Spreeuw met 5 en Willem Blom met 4 rederijen. Gemeld kan worden dat het op vier na alle maal Amsterdamse rederijen zijn, Rotterdam doet met 2 rederijen zeer bescheiden mee. De mate van afstand van hun woonplaats naar de havenplaats van waaruit de schepen binnenkomen en vertrekken, zal de oorzaak zijn. De 46 varen gemiddeld op een drietal schepen gedu rende de 13 c.q. 15 jaar. Het regelmatig van schip wisse len hangt uiteraard samen met de verandering van rede rij. Degenen die met het meeste aantal schepen varen, met het aantal rederijen, zijn met 6 schepen: D.J. Duinker (5) en M. Spreeuw (5) en gevolgd met 5 schepen: W. Blom (4), C.C. Duinker (6), P. Rademaker (5), K. Welger (3) en H. Zoetelief (2). 7 Welke leeftijd wordt bereikt en wat gebeurt er na het stoppen/de pensionering Alvorens op dit kenmerk in te gaan vragen de 19 tijdens hun reis overleden kapiteins de aandacht. Van 47 kapi teins komen er maar liefst 19, zo'n 40%, niet meer behou den thuis. Integendeel, zij overlijden op gemiddeld 44 ja rige leeftijd tijdens de reis in verschillende omstandigheden. Zoals aan boord op zee, in een vreemde haven of zelfs in de situatie dat er niet meer in formatie bekend is dan 'schip vermist' (2x). In veel geval len zal hun graf een zeemansgraf zijn, na een korte plech tigheid via een plank in het water afgegleden. In alle gevallen wordt het bericht op het thuisfront veelal na drie a vier maanden ontvangen, een harde boodschap, ook al behoort het tot het risico van het vak. De gemid delde leeftijd die wordt bereikt, bedraagt 53 jaar. Wanneer de 19 tijdens de reis overleden kapiteins niet worden meegeteld wordt men 59 jaar. Het antwoord op de vraag wat er gebeurt na het stoppen, is gebaseerd op de informatie op de overlijdensakte en dan met name de woonplaats en beroep. Van de 28 gelukkigen die op nor male wijze kunnen stoppen is bij hun overlijden de woonplaats: Texel 8, Amsterdam 7, Den Helder 6 en de andere 7 verspreid over het land, van Middelburg tot Hapert. Terugkeren naar de Texelse roots is kennelijk geen vanzelfsprekende verhuizing en zal mogelijk te ma ken hebben met de gezinsomstandigheden van hun kin deren en kleinkinderen. Als maatschappelijke positie wordt op de overlijdensakte bij 11 kapitein, 11 zonder be roep en dan een variëteit aan beroepen zoals huismees ter, winkelier, koopman, sluiswachter, waker, boomslui ter en dergelijke vermeld. Nummer 130, maart 2019 Historische Vereniging Texel 27

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2019 | | pagina 29