Het profiel van de Texelse koopvaardijkapitein 1825-1860 Cor Scholten Wie waren deze belangrijke leiders op de schepen die over de wereldzee├źn voeren? De aanleiding tot het schrijven van dit artikel is de Texelse koopvaardijkapitein Klaas Latjes (1805-1881) waarover onlangs in het boek Zeilrederij van Starcken- borg van Straten het nodige is opgenomen. Dit roept vra gen op als: Wie waren zijn collega's? Wat is over hen be kend? Er is gezocht, in een soort onderzoek, naar andere van Texel afcomstige koopvaardijkapiteins in de geboor teperiode 1760-1830 om zo met behulp van een zevental kenmerken te komen tot het profiel van 'de' Texelse koopvaardijkapitein in de periode 1825-1860. Van andere Waddeneilanden zoals Terschelling en Ameland is be kend dat een groot aantal kapiteins in de koopvaardij, maar ook in de walvisvaart zijn beland. Maar wie waren deze Texelse kapiteins, wat was hun afcomst en waren hun voorvaderen reeds actief in dit beroep? Werd bij sommigen thuis het zeemanschap, uitmondend in het ka piteinschap, als het ware met de paplepel in ingegeven? Maar ook wat verder kenmerkend voor de kapiteins is, zoals hun kapiteinskwalificatie, hun gevaren jaren, hun rederijen, hun schepen. Wat deden zij na het stoppen met varen en wie zijn hun partners? Het geheel is samengevat in 'Het profiel van een Texelse koopvaardijkapitein tus sen 1825-1860'. Cornelisje Gomes vrouw van Klaas Latjes met Texels oorijzer, 1855, pasteltekening J.A.M. Haaij, collectie C. Scholten. De achtergrondsituatie Texel is in de 17e, 18e en begin 19e eeuw bekend van zijn rede nabij Oudeschild waar de VOC- en andere koop vaardijschepen liggen te wachten op gunstige oosten wind voor het kunnen uitvaren via Marsdiep, Schulpen- gat of Molengat naar de Noordzee. De wachtende koopvaardijschepen brengen het eiland de nodige wel vaart vanwege de tijdelijke behoefte aan water, voedsel en vertier voor de schepelingen. Met de komst van het Noordhollands kanaal in 1824 uitkomend op het Nieuwediep/Den Helder keert het tij en loopt deze voor het eiland belangrijke economische bron en werkgelegen heid sterk terug. Naast de koopvaardij, de grote vaart over de oceanen, va ren de Texelaars op kleinere schepen zoals kagen en smak ken langs de kusten van Friesland, de havenplaatsen aan de Zuiderzee maar ook langs de Noordzee en Oosteee (Sontvaart) voor verschillende handelsdoeleinden. De Middellandse Zee wordt niet overgeslagen maar dan met fluit- en kofschepen veelal van Amsterdamse reders. De vraag naar kapiteins De vraag naar kapiteins hangt nauw samen met de ont wikkeling van de zeevaart die de nodige pieken en dalen kent. Zoals de slechte bevaarbaarheid van de Noordzee Kapitein Klaas Latjes, 1855, pasteltekening J.A.M. Haaij, collectie C. Scholten. 24 Historische Vereniging Texel Nummer 130, maart 2019

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2019 | | pagina 26