en de heer Van Wijk, de directeur. Het waren tamelijk rustige en gelukkige jaren, behalve dan dat er iets ge beurde dat ik nooit zal vergeten. Op een dinsdagmiddag in juli, een prachtige warme zo merdag met prima strandweer, zoals we op Texel zeiden. De baas wilde graag met zijn vrouw en twee kleine kin deren naar het strand, maar ze hadden ook een baby van een paar maanden oud. "Zeg meisjes, denken jullie dat je vanmiddag voor kleine Henk kunnen zorgen? Het lijkt erop dat het vanmiddag wel rustig zal zijn in de winkel. Alle toeristen zijn op het strand. "Ja natuurlijk mijnheer, geen enkel probleem" zeiden we. "We zullen zo af en toe naar boven gaan om naar de kleine te kijken. Bovendien, het is dinsdag vandaag en de Tesselaars gaan op dins dagmiddag niet winkelen". (Buiten het toeristenseizoen zijn alle winkels op dinsdagmiddag dicht). "Maar Dirk is ook weg en de drukkers zijn bezig met de krant van daag". "Gaat u maar, we zorgen er wel voor." Geheel te vreden komen ze de trap af, halen hun fietsen uit de schuur en vertrekken naar het strand. En toen kwamen ze, de klanten, bij drommen gelijk. We zijn verbijsterd, Wat is dit? Waarom gaan jullie niet naar het strand We zijn er zo druk mee dat we nauwelijks tijd hebben om na te denken. Plotseling hoor ik de baby huilen boven. We hadden alle deuren opengelaten zodat we hem konden horen. En hij schreeuwde! "Het spijt me mevrouw, ik zal u zo dadelijk helpen, maar ik moet eerst even naar de baby kijken". Ze mopperden, maar ze hadden geen keus. Ik ren naar boven en ik ruik rook. Lieve hemel, staat het huis in brand? Het komt uit de kamer van de baby. En daar is het, het strijkijzer, roodgloeiend en daaronder de smeulende bekleding van de strijkplank. Wat zal ik eerst doen? Natuurlijk eerst de baby. Ik pak zijn wiegje, (zolang hij nog kan schreeuwen zal hij ook nog wel ademen) doe de deur van het dakter ras open en zet hem in de verste hoek, waar hij frisse lucht kan krijgen. Vrij snel wordt hij rustig en alles lijkt goed met hem. Dan terug in huis. Ik pak het strijkijzer, trek de stekker uit het stopcontact en gooi het in de an dere hoek van het terras, zover mogelijk bij de plaats van de baby vandaan. Laat maar branden, wat kan mij het schelen. Toen terug naar de winkel, nog steeds vol klan ten en geen extra hulp beschikbaar. Marretje vroeg me wat er was, maar ik zei "Ik vertel het je nog wel". Nog een paar keer ben ik naar boven gelopen om naar de baby te kijken. Het gaat prima. Als de drukte eindelijk een beetje voorbij is en we tijd krijgen om boven de za ken een beetje op orde te brengen hoor ik een luide schreeuw. Wat nu weer? De familie was thuisgekomen (zonder dat ik het gemerkt had) en zagen dat de baby verdwenen was en dat het stonk in huis. De baas kwam naar beneden en schreeuwde: "Waar is Henk? Wat is er gebeurd? Ik heb alles uitgelegd en geloof me of niet ik kreeg een uitbrander voor de manier waarop alles gegaan was. "Je had toch wel even kunnen denken aan de schrik die mijn vrouw zou krijgen als we thuis zouden komen?" Maar ja, hij was de baas en dan kan je niet alles zeggen wat je denkt. Maar geloof me, ik heb toen heel veel woorden in geslikt. Toen we de situatie nog eens uitlegden veront schuldigde hij zich en zei dat hij erg ongerust was toen hij zijn zoon niet vond. We konden het begrijpen. En ik denk dat, toen ze zich realiseerden dat de onachteaam- heid van mevrouw Van Wijk de oorzaak was van de pro blemen, ze zich beschaamd hebben gevoeld. Ik kan me niet herinneren of ze ons nu wel of niet hebben bedankt, maar dat zal waarschijnlijk wel. Daarna zijn ze nooit meer op dinsdagmiddag naar het strand gegaan, hoe heet het ook was. Ik heb zes jaar in de boekenwinkel ge werkt, tot september 1953. Daarna ben ik gaan werken in een nieuwe baan in Utrecht. Het was een prestigieuze (religieuze) boekwinkel waar bisschoppen, pastoors en moeder-oversten de vloer bevolkten en ik moest "elle- boogworstelen" met bekende mensen. Mensen van over de hele wereld waren de klanten. Ze kwamen onder an dere uit Duitsland, Frankrijk en Amerika. Mijn Duits was goed, dat was dus geen probleem. Maar als ik Franse of Amerikaanse klanten te woord moest staan, dan was mijn middelbare-school-Frans of -Engels niet altijd vol doende. De minder goede kant van deze baan was dat het slecht betaalde. Het beginsalaris was erg laag en de verwachte verhogingen zijn nooit gekomen. Boekenwinkels stonden daarom bekend, alleen ik was, zo bleek, een van de weinigen die dat niet wisten. Dus na twee jaar centen omdraaien besloot ik om die branche vaarwel te zeggen. Je kunt niet eten van een baan die al leen interesse en opwinding brengt. Ik vroeg advies aan een priester die een goede vriend van me was en die zei: "Je bent helemaal met het ver keerde werk bezig, Het is veel te theoretisch voor je. Ga iets zoeken waarbij je mensen kunt helpen, waar je in contact komt met de behoefte en problemen van andere mensen. Heb je wel eens gedacht aan Gezinszorg?" Dat had ik nog nooit, maar ben er toen over gaan nadenken. Het was een organisatie die jonge mensen opleidde om de verantwoordelijkheid voor een gezin over te nemen als de moeder ziek is, in het ziekenhuis ligt of op een an dere manier niet in staat is om dit te doen. Het sprak me aan en dus ben ik naar heel ander werk overgestapt. Het begon met een cursus van 6 maanden in een internaat. En wat ik daar geleerd heb, daar heb ik heel mijn leven plezier van gehad: zorg voor kinderen, ziekenverzorging, alle huishoudelijke kennis, omgaan met geld, administra tie voor een familie etc. We werden getraind hoe we de gang van zaken in een gezin moesten overnemen, inclu sief de huishoudportemonnee. Daar mee was een van de vaders het geheel niet eens. Hij was teruggekeerd uit Nederlands-Indie en die was gewend aan "Baboes" (vrouwelijke bediendes uit het land daar). Hij sloot elke kast en deur als hij van huis ging 's morgens. Ik kwam 20 Historische Vereniging Texel Nummer 130, maart 2019

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2019 | | pagina 22