Familie Van Heerwaarden van Langebosch. Achter: Jos, Jaap, vader, moeder en Corrie, voor: Riet, Jan, Annelies en Kees. "Zolang u hier bent, meneer, kunnen we nog even door gaan, want het ging zo lekker". Ze ontploften bijna en hun "nee" klonk zo ongeveer als een kanonschot. Toen gingen we er maar van uit dat we het beter niet nog eens konden proberen. De derde keer dat ik in aanraking kwam met de wet was op een stormachtige avond. Onze familie had jutters- bloed in de aderen. Als er een flinke storm was aan de kust en de zee brulde als een monster, dan konden mijn vader en broers niet thuisblijven. "Effe over de dune kieke" was vaders vaak gebruikte op merking. Wat was daar te zien? Wel, als je geluk had kon je daar van alles vinden, maar drijfrout was het meest in trek. Goed timmerhout dat werd gebruikt als deklading - soms heel veel - spoelde overboord van vrachtschepen bij storm. Alles wat aanspoelde wordt eigendom van de staat volgens de wet, maar de mensen die aan de kust woonden hadden altijd een andere regel: "Wat je vindt dat mag je houden." En natuurlijk had de politie de taak om deze "vinders" te arresteren of op zijn minst een boete te geven. En op een avond gingen vader, Jaap en Dirk erop uit voor hun favoriete sport. Mijn zus Jos, die toen 16 jaar was en ik 22, keken elkaar aan en zeiden "Waarom kunnen wij ook niet gaan? We zijn geen kinde- ren meer, maar stevige, bijna volwassen vrouwen." Moeder waarschuwde ons om toch vooral voorzichtig te zijn bij de laatste duinenrij, want die is gevaarlijk bij storm. Je kunt bedolven raken als er een stuk aforeekt. Natuurlijk beloofden we dat en we vertokken. Het is on geveer 20 minuten lopen, maar tegen wind in duurde het een stuk langer. Uiteindelijk bereikten we de laatste dui nenrij. We konden niet dichterbij komen, want het stui vende zand verblindde ons. Maar we moesten zien wat er achter de top was. Dus besloten we om op onze buik naar boven te kruipen, eerst met je rug naar voren, van wege de zandstorm. Toen we wat hoger kwamen werd de zandstorm minder. Dus centimeter voor centimeter kropen we vooruit naar de top. Wat een onvergetelijk ge zicht. Wit schuim voor zover je kon kijken. Geen water, geen strand, alleen maar schuim. Het leek meer op een sneeuwlandschap. Het was fascinerend. Plotseling scheen er een zaklantaarn op ons en we hoorden een bul derende stem van beneden achter ons. "Dit is de politie! Kom naar beneden stelletje gekken!" We gleden naar be neden en toen we voor de twee politiemannen stonden riepen ze: "Mijn God, kijk eens aan, twee meisjes. Waar voor de donder zijn jullie mee bezig? Zelfmoord plegen of zo? Nee agent, we genieten van het uiteicht en geloof ons, we waren niet in gevaar. We zijn dochters uit een Nummer 130, maart 2019 Historische Vereniging Texel 17

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2019 | | pagina 19