De grotere kinderen sliepen in vijfpersoons tenten. Er stonden vijftien van deze tenten en deze waren speci aal gemaakt. Ze bestonden uit een soort houten bak met zijschotten waarop met rubber ringen een punt dak van tentdoek was vastgemaakt. Hierdoor waren geen scheerlijnen nodig, wat veel ongemak van strui kelen en dergelijke voorkwam. Op de houten vloer van de bak lagen de strozakken, waarop men sliep. Later werden die vervangen door schuimrubber ma trassen. Voor iedere tent stond 's avonds een zoge naamde stormlantaarn, die op petroleum brandde. In het andere gebouw was een klein kampwinkeltje met snoep en dergelijke. Verder waren er twee zie kenzaaltjes en verblijven voor het personeel. Alle verlichting ging op propaangas, het drinkwater werd opgepompt uit de duinen en was van goede kwaliteit. Alleen was het behoorlijk ijzerhoudend en dat was duidelijk te proeven. Er was geen riool, alles ging in de beerput, die bij volle bezetting van het kamp twee keer per week door de kolkenzuiger van de gemeente geleegd werd. Telefoon was er wel: nummer 292. Elke morgen ging iemand met de trompet door het kamp om iedereen te wekken. Het personeel, in die tijd zon 8 tot 10 jonge mensen, bestond veelal uit studenten die op de kweekschool zaten en het onderwijs in wilden. Het was gunstig voor hun beoordeling als ze al met kinderen gewerkt hadden. Sommigen deden dat jarenlang. Omdat ze het zo leuk vonden, bleven ze in de vakanties komen, zelfs na hun diploma behaald te hebben. Nu nog heeft Lyane Zeeman contact met deze mensen. Be halve studenten waren er ook Texelaars aan het werk voor allerlei klussen. Het kinderkamp ontving de eerste kinderen in 1957. Dat waren vooral kinderen van Nederlandse ambassa deurs uit verschillende landen. Er werd geadverteerd in Hervormd Nederland. De eerste jaren zat het kamp nog niet het hele seizoen vol en af en toe was er ruimte voor een school. De kinderen (tussen de zestig en de negentig, zowel jongens als meisjes, van zes tot dertien jaar) kwamen uit alle lagen van de bevolking. Ze kwamen ook uit België en Duitsland. Zo waren er kinderen die uit toen nog Belgisch Congo kwamen, waar hun ouders voor grote internationale bedrijven werkten. Ze wer den daar door hun ouders op het vliegtuig gezet en vlogen onder toezicht van een stewardess meestal naar Brussel. Daar werden ze opgehaald door familie leden, vaak opa en oma, en verder naar Texel ver voerd. Als ze op Schiphol aankwamen werden ze soms door Lyanes moeder opgehaald en naar het kamp gebracht. Er waren veel Franstalige Belgische kinderen. Die verbleven dan zo'n drie tot vier weken in het kamp waar ze Nederlands leerden van een student die zelf Nederlands studeerde. Hun ouders wilden dat ze tweetalig werden. Zo gebeurde het dat Lyane Zeeman tijdens een vakan tie in een winkel in Zuid-Frankrijk een stem hoorde roepen: "Dag mevrouw Zeeman." Het bleek een Grondwater uit de pomp in 1960. Nummer 103 juni 2012 Historische Vereniging Texel

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2012 | | pagina 9