werd afgevoerd (er werd in deze fabriek geen munitie gemaakt). Het emplacement werd niet goed bewaakt. In de buurt was nog een kamp met hoofdzakelijk Rus sische gevangen. Langs het spoor stond eens een grote wagon met 20.000 liter methylalcohol. Deze werd door de Russen geroofd. Zij wisten dat methylalcohol giftig is en verwerkten het tot drinkbare alcohol. Van Duitse kant werd niets vernomen nadat ze de diefstal hadden geconstateerd. Bij het spoorwegemplacement stond ook een wagon met ongeveer 20.000 liter paraffine. Hiervan werd ook gestolen. Het liep tegen Kersttijd, met een geïmprovi seerde mal werden kaarsen geproduceerd. In 1943 was de voedselvoorziening redelijk, maar meestal was er te weinig. Vanaf de invasie op 6 juni 1944 was er niets meer te krijgen. Voor de mensen die in de fabriek werkten was het nog wel te doen. De Ne derlanders werkten nagenoeg allemaal op kantoor in de springstoffabriek. Ze onderscheidden zich van de Duitsers door hun kleding. Ze waren tiptop gekleed, de meesten in een zwart pak met een wit overhemd en goede schoenen, dit in tegenstelling tot de Duitsers die op een soort klompschoenen liepen en een stofjas aan hadden. Er gebeurden regelmatig ongelukken in de fa briek. Dan werden de Hollanders ingezet om als tolk op te treden. De hele fabriek was voorzien van een smalspoor waar bij de karretjes met goederen door de werkers werden geduwd. Die kregen dan speciale schoenen om vonk- vorming te voorkomen. Vanuit Apollensdorf was het ongeveer één uur lopen naar de fabriek. Als het in de wintermaanden koud was, liep men vaak naar Griebo. Dit was een kwartier lopen, waarna ze de met de trein naar de fabriek in Reinsdorf gingen. De fabriek stond op een terrein van drie bij vijf kilome ter. Er waren diverse complexen waar allerlei soorten springstof werden gemaakt of waar experimenten wer den uitgevoerd. De complexen werden onderling ge scheiden door dijken met daarop bomen. Voor het ma ken van de springstoffen werden katoenen platen gebruikt. Hier werden kleine rondjes uit gestanst voor Een patiënt vertelt over de oogarts dokter van Wa- veren Sr.: "Ik most ieder hollefjaar foor de controle fon mien óóge bee 'm komme. Ik wos portekelier fer- zekerd en betaalde deerom oltóós geliek contant. Dot hod ie graag. Toe ik in 't siekenfööns raakte en weer bee van Wi veren foor controle kwam seit ie: "Olliênig os jee klachte heb kom jee maar!" Een alleenstaande moeder ging zondags regelmatig naar haar dochter en schoonzoon te gast. Ze kon munitie en grotere vellen voor mijnen en dergelijke. In deze vellen werd dan weer springstof gedaan, waarna ze door de vrouwen in houten tonnen werden verpakt. Om de tonnen waterdicht te maken werden ze aan de binnenkant bedekt met in paraffine (afkomstig uit de wagon van 20.000 liter) gedrenkte doeken. Als afdich ting kreeg de ton voor het deksel erop ging een rubber rand. Het deksel werd vastgeschroefd met koperen schroeven. Toch werd veel springstof nat door sabo tage, omdat er geen paraffine doeken in de tonnen za ten of geen rubber afdichting of doordat de koperen schroeven er met een hamer ingeslagen waren. De pa raffine was ondertussen gebruikt voor kaarsen en de rubber afdichtingen als elastiek voor onderbroeken. Deze springstoffen werden verstuurd naar de verwer kingseenheden om getest te worden. Ze werden dus al lemaal afgekeurd, omdat ze nat waren. De repatriëring vanuit Apollensdorf Op 25 april 1945 stuitten de Amerikaanse troepen tij dens hun invasie in Duitsland op de troepen van de Sovjet-Unie bij de plaats Torgau am Elbe. Wim vertelde dat hij bevrijd werd door de Russen. Ze werden met vrachtwagens naar Dessau gebracht en van daar per schip naar het bevrijde België. Vandaar werd men op de trein richting Amsterdam gezet. Er waren ook men sen die op eigen houtje lopend naar huis gingen. Op Amsterdam Centraal Station werd men gefouilleerd en ondervraagd. Geld en andere spullen moesten worden ingeleverd. Op 3 november 1945 werd Wim ingeschreven op de Pieter Basstraat te Amsterdam. Hij trouwde in 1953 met Els Pronk. Ze kregen vier kinderen. Op 13 novem ber 1981 is hij in Utrecht overleden. Peter Witte Bewerking door Sjaak Schraag naar De Arbeitseinsatz van Wim Witte 1943-1945 Apollensdorf-Reinsdorf door Peter Witte, achterkleinkind van Dirk Witte en Aaltje de Vries. zo lekker eten, heerlijk gewoon. Soms wel een beetje te veel. Ze zei dan: "Hé, hé, ik ken teuge 'n hongerige paap on voste!" Twee bevriende stellen trokken altijd samen op be halve met de vakanties. Dan gingen de twee vrou wen samen en de mannen bleven thuis. De ene kon zich kostelijk redden. De ander puur minder, want ze zeiden over hem: "Hee ken naggien water koke. Nou vorrut, olliênig met 'n fluitketel. Tessels Prate Nummer 103 juni 2012 Historische Vereniging Texel 31

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2012 | | pagina 33