ming. Mijn vader groef dan enkele kuilen voor afval en zo en ook een kuil tot het grondwaterniveau, want daar putte hij water uit; hoe hij dat deed weet ik niet meer. Het huisraad haalden we van het strand: kistje voor bestek, kisten om op te zitten en één als tafel. We vermaakten ons best, mijn broer en ik, óf aan het strand óf bij de kinderen van familie De Graaf. De enige mensen die we verder zagen, waren de dominee en zijn vrouw na kerktijd. Een gebeurtenis uit die tijd staat me nog helder voor de geest. Toen het een keer erg slecht weer was, is de tentstijl van ons tent geknapt (vroeger waren die ge loof ik van bamboe) en omdat mijn vader de sleutel had van het drenkelingenhuisje dat vlak bij de tent stond, mochten mijn broertje en ik daar in het huisje de nacht doorbrengen. Wat een avontuur! Hoe lang mijn ouders daar gekampeerd hebben, weet ik niet, maar de liefde voor Texel ben ik nooit kwijt geraakt... De volgende periode begon vóór de oorlog. Mijn va der en Jan P. Strijbos, beiden vogelkenners en vrien den, kochten het oude loodshuisje in Den Hoorn De kinderen de Graaf, rechts mijn moeder en mijn broer Ernst. Ik lig helemaal vooraan. De twaalf kinderen heetten: Maam, Annie, Nel, Jannie, Riek, Corrie, Hennie, Jo, Wim, Jaap, Siem en Tinus. Het huis H 101 vanaf de Herenstraat gezien, is de meest rechtse van de drie oude huisjes. 12 Historische Vereniging Texel Nummer 103 juni 2012

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2012 | | pagina 14