weg tussen de duintjes was een groter sportveld. Dat was een voormalig bollenlandje dat gebruikt werd door Thijs en Jan de Porto uit Den Hoorn. Er stond een plaggenhut op waarin vroeger het landbouwge reedschap bewaard werd. De Staat was eigenaar van dit stuk grond. Er werden een paar doelpalen neerge zet om te kunnen voetballen en je kon er spelletjes doen. Later bleek de ruimte tussen de doelpalen voor beginnende helikopterpiloten een mooie oefenplek te zijn om nauwkeurig te kunnen landen. Daar lag een Zodiac (opblaasbare rubberboot) op het strandje. "Misschien kunnen we hem wel leeg laten lopen?", vroegen ze zich af. Ze gingen op zoek naar de ventielen, maar doordat het donker werd konden ze die niet zo snel vinden. Toen verscheen er een offi cier. Hij vroeg: "Dames zouden jullie hier willen ver trekken? Jullie sturen hier de oorlog in de war." "Nee hoor, dat willen we niet, er is nooit een oorlog zonder burgers," zei tante Ly. Waarop de officier het maar op gaf. Onder leiding van twee studenten van het CIOS of de Sportacademie werd aan sport en recreatie gedaan. Er was een jaar dat er twee Surinaamse jongemannen waren die hier in Nederland een sportopleiding ge daan hadden. Ze waren hiervoor geslaagd, maar kon den nog niet terug naar Suriname. Hun vlucht was pas later geboekt, zodoende konden ze hier aan het werk. Het was toen niet zo gewoon om hier donker gekleurde mensen te zien, zeker niet als sportleiders. Wandelingen, spelen langs het strand, in bos en duin of een tocht met een garnalenkotter op het Wad, het kon allemaal. Tijdens een avondwandeling in de duinen met een groep meisjes hoorden ze ineens: "Psss, psss, dames, hebben jullie de vijand gezien?" Het was een soldaat met pet die dat vroeg. Meisjes: "Hoe ziet de vijand er dan uit?" "Soldaten met een helm op," sprak hij. "Nee, die hebben we niet gezien," zeiden ze. Soldaat: "Als jullie ze zien, willen jullie dat dan zeggen". "Ja hoor, doen we," en ze gingen weer door. Een paar duintjes verder was het weer, "Psss, psss." Zat de andere groep soldaten, met helm. De dames vroegen: "Zoeken jullie de vijand?" "Ja", zeiden de soldaten. "Twee duintjes terug zitten ze," zeiden de dames. Intussen was het al wat sche merig geworden. Ze liepen verder naar de Mokbaai. In de herfstvakanties werden er verzameltochten ge houden. Iedereen moest dan onderweg eetbare spul len uit de natuur, zoals bessen, bramen en padden stoelen verzamelen, om die later zelf op te eten. Voordat dit op tafel kwam, werd het gecontroleerd door de leiding. Toch zat er wel enig risico in. De zus van Lyane, die arts was, stelde dan ook voor om een lijstje te maken van de spullen die ze verzamelden en dat mee te geven voor dokter Van Loon voor het ge val dat het fout zou gaan. Daar is gelukkig nooit ge bruik van gemaakt. Met slecht weer werden er in het hoofdgebouw spel letjes gespeeld en boeken gelezen. Bij langere tijd slecht weer studeerde men toneelstukjes in, die dan werden opgevoerd in de zaal. Het was augustus 1960. Na de afwas zat een groepje lekker buiten op de bank, waaronder Ly. Ze keek richting Pontweg, die aangelegd werd en haar oog viel op een huis. Het leek wel of ze een huis zag dat bewoog. Maar dat kan toch niet, dacht ze. Toch zag ze het bewegen en vroeg voor de zekerheid aan Jan Laan, die toen in het kamp werkte: "Zie je iets bewe gen, Jan?" Jan keek en zei ineens: "Er beweegt een huis, het huis van Souwtje (de Wijn). Ik stap op de fiets en ga er naar toe om te kijken." Het was echt, het huis van Souwtje, 'De Roef', moest enkele tientallen meters worden verplaatst in verband met de aanleg van de Pontweg. De regels op het kamp waren streng. Van te voren werden deze duidelijk gemaakt. Geen drank, drugs en gerommel in de tenten. Wie zich hier niet aan hield, kon vertrekken. Een keer moest een hele groep, inclusief leiding, de spullen pakken. Deze groep hoefde van hun leiding niet naar bed, zich niet te wassen en maakte er tijdens het eten een zwijnen stal van. Het personeel, dat wel wat gewend was, vond dat dit niet kon. Een tweede groep, die hierna zou komen, werd verzocht thuis te blijven, ze waren niet meer welkom. Hierna werd Lyane wat selectiever. Als ze twijfelde, dan begon ze er niet aan. Liever niets, dan veel problemen. Het blijft tenslotte jeugd, altijd in voor gekkigheid en kattenkwaad. Er gebeurt altijd wel iets, maar er zijn grenzen. Meestal waren de Het boetje van De Porto stond tegenover Zeemansduin. Het dak is afkomstig van de keuken van Simon Lap van Klif 1 in Den Hoorn. Op de achtergrond het huis van Klaas Lap, naast Zeewijk, (foto afkomstig van W. de Porto) Nummer 103 juni 2012 Historische Vereniging Texel 9

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Uitgave Historische Vereniging Texel | 2012 | | pagina 11