AKAAN IN INDIE NEEM DIENST iic«n»nw in hft MTOMUMiMVMKM »o<io&muwiu>:<i - ZIE DE WERELD 7m -Ji I J Nieuwjaarsgroet uit Indië. Een echte oorlogsziekte. Waarland, 20 juni 1999. Maar toen kregen we een tijdje later die schurftziekte. Scabiës noemden ze dat. Het was een echte oorlogsziekte, want acht van de tien gezinnen werden daarmee besmet. Een zalf uit Canada kon je daar weer van afhelpen, maar dat kende je alleen in Enkhuizen kopen van twee gul den een potje. Maar toen wij het allemaal hadden, was het net op. Ik was al naar Enkhuizen geweest en toen zei die Me vrouw van die winkel dat. Ze zegt: ‘Er komen kisten vol aan per boot, maar het vliegt weg.’ Ik zei: ‘Mevrouw, zoodra het weer aan komt, wilt u dan astublieft zeven potten voor mij bewaren, dan krijgt u van mij wat suikerbonnen (alles was toen op de bon).’ Nu dat zou ze doen. Ik had het zelf gelukkig niet zoo erg, alleen op mijn armen, en de anderen ook niet. Maar twee meisjes, Ans en Willie, hadden het heel erg en het duurde zoo lang eer die zalf kwam. Toen moest iedereen zijn geld wat hij bezat ook nog inleveren aan ‘t Rijk en mogt man en vrouw één tientje behouden. Nu de zalf kwam en ging ik ze direct halen met mijn twee tientjes. Zeven potten a twee gulden, dus ik hield zes gulden over. Maar dat vond ik niet erg, ik dacht alleen maar, als die zalf nu maar helpt en dat deed het. Er kwam een wijkzuster en die moest ons van onder tot boven insmeren. Die grote jongens hadden daar zoo’n hekel aan. Piet wou het niet, dat heb ik toen zelf maar gedaan. We moesten de volgende morgen allemaal weer schone kleren aan. De wollen dekens van de bed den moest ik allemaal wassen, de watten dekens aan twee kanten uitpersen met een heet strijkijzer en alle Zondagse jassen en pakken van de mannen oppersen. Mijn hemel, wat heb ik daar een werk aan gehad. Ik zei tegen Docter: ’Ik ga liever dood, als dat ik dat weer krijg.’ Maar we waren er God zei dank toch in één keer vanaf. Maar die twee meisjes niet hoor, daar is nog wel weken lang de wijkzuster voor gekomen. Dus dat hadden we weer gehad. om slaappillen. Die wou hij eerst niet geven, maar uiteindelijk mocht ik er maar eentje nemen. Riet was toen zeventien jaar, dat was toen de huishoudster. Hij had tegen haar gezegd: ‘Als het dan nog niet gaat, mag ze de tweede hebben. Maar lie ver niet.’ Maar ik werd van die eerste wel wat doeselig maar niet slapen! Dus ik maar zeuren om die tweede pil, maar dat zou zoowat mijn dood geweest zijn. Ik sliep de hele nacht zoo vast, dat ze me niet meer wakker konden krijgen. Ze hebben de hele nacht bij mijn bed gezeten en ik praatte af en toe wartaal. Nu toen is ‘s morgens vroeg Docter maar geroepen. Toen zei ik nog: ‘Docter komt u nu ook op Zondag?’ ‘Wel nee’, zei hij: ‘het is toch geen Zondag, maar je had die tweede pil niet mogen hebben.’ Pa en Riet kregen toch een preek van hem!! Maar het was eigenlijk mijn eigen schuld, maar ik had dat toch ook niet verwacht. Buurvrouw Van Leeuwen weet het ook nog, die kwam me toen bezoeken. Ik zei ook wat raars tegen haar. (En nu is ze weer mijn buur vrouw in het bejaardenhuis.) Maar afijn, ik werd weer beter. Maar toen moest Piet onder Militaire dienst, eerst hier vijf maanden in Holland en later ook naar Indië. Dat was ook weer een bange tijd. Drie en een half jaar is hij er geweest. Twee keer is hij voor de radio geweest, dat vonden we van zelfsprekend ontzettend leuk. Hij had toen al een meisje. We wisten dat hij ervoor zou ko men, dus we zaten zoowat met onze ooren in de radio. Zijn meisje woonde in de Wiering- ermeer, maar die was net bij ons, want het was Oudejaars avond. Er werden zoo maar een paar soldaten uitgekozen om een Nieuwjaarsgroet aan hun familie te doen. Daar was Piet ook bij en later zoo maar nog eens een keertje. Maar hij is gelukkig toch weer gezond en wel terug gekomen. Een broer van zijn meisje is er verongelukt en ook zijn kame raad, die kwam uit Lisse. Toen Piet thuis kwam, had hij nog foto’s mee van die jon gen zijn begravenis. Hij heeft die naar die ouders gebracht. Die waren daar heel blij mee, toen konden ze er toch nog wat van zien. 3 Aanplakbiljet 1945. Eerst oorlogs vrijwilligers, later dienstplichtigen, waaronder Piet Hoogeboom. ij

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Toendertoid: Stichting Waarland van toen | 1999 | | pagina 5