J
v
slapen op stro op de zolder van de varkensschuur nadruk op het beroepsmatige werk van Pieter
46
47
Bezorger-
svergunninguit
1935 van Pieter
S Stoop voor het
Z verhandelen van
Martha Stoop-
Vriend op het
bleekveldje naast
de stolpboerderij,
datum onbekend.
Collectie Marie-José
Stoop.)
consumptiemelk.
Collectie
Marcel en
Alex Stoop)
een paardendeken. Er zijn foto’s bewaard van
deze voorhuisgasten. Op één daarvan zien we het
gezin Hamer in de tuin van het voorhuis en op
een andere hun kinderen bij de hooiberg, samen
met kinderen van het gezin Stoop.
Er volgen nog meer Amsterdamse gasten. Zo’n
dertig padvinders tussen de vijftien en achttien
jaar gaan op kamp in Groet. “De kruisvaarders
van Sint Jan”, herinnert Piet Stoop zich. Ze
In de familie Stoop doen verhalen de ronde
over het overheidsingrijpen in de crisisjaren.
Zelfgemaakte boter is voor een boer een
waardevol product, dat extra inkomsten
oplevert, vertelt Marie-José Stoop. Haar
vader Jaap (jongste zoon van Pieter, geboren
in 1936) vertelde dat Pieter zijn boter tegen
een beperkte vergoeding moet afstaan voor
de voedselvoorziening. Juist op dat moment
komen werkloze mannen in het kader van
de werkverschaffing als helmplanter naar de
duinen. In de pauze krijgen ze brood met boter.
Dat schrijnt: de boer mag zijn eigen boter niet
eten, maar werklozen mogen dat wél.
o
Z
o
Q
3
O
Q
2
Stoop en zijn oudere zoons. Dat verhaal is
echter onvolledig zonder oog te hebben voor
de huishoudelijke arbeid die Martha Stoop-
Vriend en haar oudere dochters verrichten. Zij
maken het immers mogelijk dat Pieter zich
volledig kan inzetten voor het gemengd bedrijf.
Over die huishoudelijke arbeid wordt weinig
gesproken en geschreven, maar we kunnen ons
er wel iets bij voorstellen. Bedden opmaken
en verschonen, het voorhuis schoonmaken,
voedsel bewerken, maaltijden koken, afwassen,
de was doen, drogen, strijken en opruimen,
enzovoorts. Zwaar, intensief en tijdrovend
werk. Een foto van Martha op het bleekveldje
symboliseert haar inzet daarvoor, en die van de
oudere dochters.
laten afstempelen door de gemeente Schoorl.
Voor het voorhanden hebben en verhandelen
van consumptiemelk heeft Pieter niet alleen
een bewijs van erkenning, maar ook een
perceelsvergunning nodig. Het sluitstuk is een
bezorgersvergunning, voorzien van foto.
Huishoudelijke arbeid, zorg voor kinderen en
het gezinsleven
In het verhaal over het boerenbedrijf in de
periode tot de Tweede Wereldoorlog ligt de
Aan het einde van de jaren dertig denkt de
overheid na over de voedselvoorziening, mocht
Nederland betrokken raken bij een oorlog. De
invoer van graan zou dan stil komen te liggen.
En zo krijgt Pieter in oktober 1939 nog meer
beperkingen opgelegd. Deze keer afkomstig van
het Bureau Voedselcommissaris voor Noord-
Holland. Van zijn zelf verbouwde en geoogste
haver mag hij slechts een toegewezen kwantum
gebruiken als voer voor zijn werkpaard. Ook op
een andere manier werpt de dreigende oorlog
zijn schaduw vooruit. In december 1939 krijgt
Pieter het bericht dat hij is ingedeeld bij de
Luchtbeschermingsdienst van Schoorl.
De werkkracht van het hele gezin en de
bijverdiensten uit verhuur aan gasten helpen
het boerenbedrijf net de crisisjaren door. De
inkomsten uit gemeubileerde verhuur zijn
opgetekend in het kasboek van 1937 en het
overzicht van ontvangsten in het boekjaar
1938-1939. Ten opzichte van de totale
ontvangsten zijn deze overigens maar gering:
krap 5,5% in de periode van juli tot en met
oktober 1937 en 3,1% over het boekjaar 1938-
1939. Inkomsten uit remplaatsen komen we in
de boekhouding niet tegen.
Piet. In 1939 moeten er veertien monden
worden gevoed. Dat kunnen ze niet alleen
af. Voor zover bekend, heeft Pieter in zijn
gemengd bedrijf nooit personeel in dienst
genomen. De oudste zoon Dirk, geboren
in 1923, moet van jongs af aan meewerken
in het bedrijf, zegt zijn dochter Anita Hof-
Stoop. Haar moeder vertelde de verhalen
daarover: “De koeien werden om een uur of
vijf ’s ochtends gemolken. Daar moest Dirk
mee helpen, alles ging met de hand, en dan
naar school. En daar zat hij te slapen.” Dan
zeiden de kinderen: “kijk juf, hij slaapt.” Dan
zei de juf: “laat hem maar, want hij heeft er al
een dag opzitten.” Na de lagere school werkt
Dirk mee in het bedrijf. Net zoals later zijn
jongere broers, voor korte of langere tijd. Als
oudste zoon is Dirk een voor de hand liggende
opvolger. Maar zijn ervaringen als kind houden
hem later tegen: “Hij wilde niet”, zegt Anita.
Ook voor de tweede zoon Kees, geboren in
1925, is een andere toekomst weggelegd.
Hij gaat eindjaren dertig naar het Seminarie
St. Gabriël van de Paters Passionisten in
Haastrecht (ZH) en wordt later missionaris.
Er komen gasten uit de stad: logeren en
kamperen in Groet in de jaren dertig
In de tweede helft van de jaren dertig biedt het
opkomende toerisme kansen voor de familie
Stoop om wat bij te verdienen. In de zomer
fietsen Amsterdammers naar Schoorl en Groet en
gaan de huizen af om te kijken of er iets te huur is,
vertelt zoon Piet. Zo klopt eind jaren dertig het
gezin Hamer aan bij de boerderij. Ze mogen het
voorhuis huren, voor een week of twee. Het gezin
Stoop betrekt tijdelijk een deel van de koegang.
De kinderen slapen in het hooi op zolder, onder
avw-
“Er was ook veel vertrouwen”, zegt Piet. Moeder
Martha heeft een gouden kap, onderdeel van
de klederdracht van haar geboorteplaats. Als
waardevol bezit staat die altijd in de bedstee in
het voorhuis. Tijdens de verhuur laat ze de kap
daar gewoon staan: daar hoort deze immers.
HeerewegA. ...105
GROET. Gem.Senoor1
Ook ouders van de padvinders maken kennis
met Groet. Want ze brengen en halen hun
kinderen op de fiets, weet Piet Stoop nog. Ze
zien dan de boerderij, de polders en het duin en
ervaren hoe mooi het is in Groet. En sommigen
komen op een idee: we gaan ook zelf eens
kamperen bij boer Stoop. Vlak voor de oorlog
zetten ze ’s zomers hun tenten op, op het veldje
achter de varkensschuur. Sommige tenten staan
dan al op vlonders: het eerste begin van de
latere tenthuisjes. “Misschien vijftien tenten
stonden er wel”, vertelt Piet, “want er kwamen
hele families.”
en koken op het veld (“de krocht bij huis”)
daarachter. “Dat was wel primitief hoor”, zegt
Piet, “twee stenen, wat takkies, er was brandstof
genoeg.” Veel padvinders wonen in de Jordaan,
weet Piet nog. Als jochie mag hij gewoon met
ze meedoen en ook mee naar zee. Hij kent nog
de liedjes die de padvinders zingen. En heft
enthousiast, met Amsterdamse tongval, een lied
aan: “Mijn vader is veel sterker dan de jouwe,
schei maar uit, je moet ‘m daar eens bezig zien
met sjouwen, schei maar uit. Mijn vader is de
allersterkste man, omdat-ie alles kan.” Piet vindt
het als jochie heel gezellig, al dat leven op de
boerderij. Hij is gevoelig voor de sfeer. Wat
het gezellig maakt “Dat je elkaar verdraagt en
elkaar vertrouwt.” “Ik was scherp hoor”, gaat
Piet verder. Hij ontdekt dat de kinderen uit de
stad anders zijn. In welk opzicht? “Nou, hun
denken en de manier van praten.”
2644. 2
Azc.’ G2
De jaren dertig zijn een moeilijke en arme tijd Het gezin Hamer in de tuin van het voorhuis van de
voor Pieter en Martha Stoop, zegt hun zoon stolpboerderij, rond 1940. (Collectie Piet Stoop)
wy.
w
2
w
Q
2
w
O
r
NEDERLANDSCHE ZUIVELCENTRALE
Crisis-Melkbesluit 1935
o
w
Z
w
2
2
w
5
w
w
C.
Uitsluitend ten gebruike door
rangnueen vermelde ngeorgani,
I lÉMIlIlH 11 o-ssdm
hemzelf
District
No. 49781
BEZORGERS
VERGUNNING
uitsluitend
voor het verhandelen aan,
vervoeren naar
Uitsluitend ten behoeve van ge-
.organiseerde en toegelatene tot
de groep:
Melkvergunninghouders J:
P. Stoop
a afleveren aan
ander. dan melkgrossiers,
-slijters en -rijders
CONSUMPTIEMELK
j 'S-GRAVENHAGE
1 PE NFPERLANPSSNL,Z"VELCENTRAEE (Afdeding Zuivelstcum)