zich eveneens met de regeling en verzorging van hoe dat is gegaan. Terwijl hij met zijn broers
te worden omdat er geen autobanden voorradig in een plaatselijke krant werd als voldoende
Vrijwilligers die voor de vereniging gingen
werken, deden dat vaak gedurende lange tijd,
zoals de heer Keete, die in 1946 stopte nadat hij
maar liefst 44 jaar de doodsakker had verzorgd.
Het is vlak na de Tweede Wereldoorlog en in
dat jaar dienden alle uitvaarten per voet gedaan
waren. Een ander voorbeeld van iemand die
decennia lang heeft gewerkt voor De Laatste
Eer is Eef Breen. Op 12 december 2000 werd
hij tot erelid van de vereniging benoemd. Hij
was toen 54 jaar aan de vereniging verbonden.
In 1987 kwam Klaas Bregman, de
uitvaartverzorger, in actie om het tekort
Op 28 september 2013 werd een open middag
georganiseerd op de algemene begraafplaats
ter ere van het 90-jarig bestaan van de
vereniging. Tijdens de open middag werd
de nieuwe urnentuin en het verstrooiveld
geopend en werd een op zijn kant staande
molensteen onthuld voor het bevestigen van
herdenkingsplaatj es.
De vereniging deed ook aan voorlichting.
Van 2002 tot 2015 werd de ‘Schoorlse
uitvaartkrant’ uitgegeven om de gemeenschap
te voorzien van informatie over uitvaarten en
de diverse mogelijkheden. Dit initiatief was
ontstaan om de gemeenschap te voorzien van
actuele informatie over het terrein waarop
In december 2000 werd met inspraak
van de vereniging de aula op de algemene
begraafplaats gemoderniseerd. Als dank
voor het moderniseren van de aula heeft de
vereniging twee zitbanken geschonken voor de
begraafplaats.
Nog een paar belangrijke data. In 1955 werd
Piet Bakker aangenomen als ‘voorloper’ van
de vereniging. Een ‘voorloper’ is aanwezig
om de route naar het graf en het graf zelf te
controleren. Wanneer de belangstellenden
op de begraafplaats aankwamen werden zij
door deze ‘voorloper’ netjes en representatief
ontvangen die hen vervolgens begeleidde
naar het graf of de auladienst. In een
kranteninterview uit 1985 vertelt Bakker
voor personen van 55 tot 60 jaar. Er komen wat
betere voorzieningen. Het nieuwe zinktoestel
dat in 1959 in gebruik werd genomen werkte
naar volle tevredenheid van de dragers. Het
bestuur ging zich richten op het renoveren van
de aula op de algemene begraafplaats. Daarop
werd besloten de aula te renoveren van de
kleur zwart naar grijs. De leden gingen op de
algemene ledenvergadering schoorvoetend
akkoord maar, zo blijkt uit het verslag in het
archief, van harte ging het niet; de meesten
zagen de noodzaak van deze vernieuwing niet
in!
vereniging‘De Laatste Eer' bekend. De
vereniging begon in 1923 met 200 leden. De
vereniging had (en heeft) tot doel de regeling
en verzorging van de teraardebestelling van
de overleden leden van de vereniging en van
het gezin van die leden. Het doel is dat op
een waardige wijze te doen op een binnen
de gemeente Schoorl gelegen begraafplaats.
Zonder winstoogmerk en op grondslag van
wederkerige verzekering. De vereniging kan
aan dragers op te lossen. Hij belegde een
vergadering met de recreatie ondernemers van
Schoorl. Die besloten hem te helpen. Willem
Butter, Steef Ploegstra, Willem Bredewout
en Johan Bredewout werden drager bij
de vereniging. Klaas Ruis, voorman bij de
buitendienst van de gemeente Schoorl, werd
reserve uitvaartleider. Toen Ruis in 2008
overleed, was het zijn wens om met een koets te
worden gereden naar de algemene begraafplaats
Schoorl.
Rond 1985 verkeerde ‘De Laatste Eer’ in zwaar
weer wegens een tekort aan vrijwilligers. Voor
uitvaarten moesten dragers bij de katholieke
zustervereniging St. Barbara in Schoorl, met
welke in de loop der jaren een uitstekende
verstandhouding is opgebouwd, worden
geleend. De eerste keer dat melding wordt
gemaakt van het uitlenen van een drager aan
‘De Laatste Eer’ door St. Barbara was in 1975.
beschouwd. In een dorp als Schoorl dat
ongeveer 3500 bewoners telde, was een
overlijdensgeval overigens allang bekend
voordat de ‘voorloper’ het overlijden kwam
verwittigen.
In 1964 veranderde de naam
begrafenisvereniging “De Laatste Eer” Schoorl
in uitvaartvereniging “De Laatste Eer” Schoorl.
Het aantal crematies in Nederland nam die
jaren toe en de vereniging verzorgde naast
begrafenissen ook crematies. Inmiddels is er
ook op de begraafplaats een urnentuin en
verstrooiveld. Overigens is zoals eerder gesteld
het verbranden van doden in Nederland even
oud als het begraven. Van de lijkverbrandingen
uit de steentijd en bronstijd is praktisch niets
anders overgebleven dan enige grafvelden met
urnen. Rond 800, in de christelijke tijd, werd
lijkverbranding echter verboden en dat bleef zo
tot in de 19de eeuw, wanneer lijkverbranding
weer langzaam bespreekbaar wordt, ondanks de
decreten van de katholieke kerk, die cremeren
streng verbood. De kerk vreesde een breuk
met de bestaande kerkelijke gebruiken. In
Nederland vond de eerste crematie plaats in
1914 in Driehuis-Westerveld. Pas in 1968
werd cremeren bij wet geheel gelijkgesteld met
begraven. Tegenwoordig kiest ruim meer dan
de helft van de bevolking voor cremeren.
de teraardebestelling van niet-leden belasten
en daartoe haar personeel en materiaal ter
beschikking stellen.
Over de beginjaren van de vereniging is verder
niet zoveel bekend, behalve welke personen
in het bestuur zaten. Een steeds terugkerend
thema is het gebrek aan vrijwilligers. Ook
toen al verschenen regelmatig artikelen en
advertenties in de Duinstreek waar wordt
gevraagd om dragers, uitkleders en voorlopers.
Men is op zoek naar mannelijke en vrouwelijke
vrijwilligers. Het scheelt af en toe weinig of de
vereniging gaat wegens gebrek aan vrijwilligers
ter ziele. Talloze advertenties en artikelen in de
Duinstreek leverden af en toe gelukkig nieuwe
vrijwilligers op.
een tuinbouwbedrijf runde, werd hij op een
gegeven moment gevraagd of hij kon invallen,
omdat een van de dragers verstek had laten
gaan. Bakker kon de toenmalige ‘voorloper’
Sjoerd Minkema niet in de kou laten staan: ‘En
ik geef toe, het pak van de uitvaller zat mij als
gegoten. Sjoerd had me meteen te grazen. Je
bent vanaf nu een vaste kracht! zei hij. En zo is
het gekomen.’ Dertig jaar later en na duizend
mensen naar hun laatste rustplaats te hebben
gebracht, was hij het nog steeds.
In 1957 werd het rondzeggen, het van huis
tot huis aankondigen van de dood van een
overledene, afgeschaft. Het ‘aanzeggen’ of
‘rondzeggen’ en het persoonlijk afgeven van
de overlijdensbrief heeft zich in Nederland
tot in de jaren ’50 van de vorige eeuw kunnen
handhaven. Alleen op het platteland in het
noorden en oosten van Nederland komt het
thans soms nog voor. De ‘voorloper’ had al
zo veel ander werk en daarnaast vond men
deze huis aan huis ronde een ouderwetse
gewoonte. Een rouwcirculaire of advertentie
In maart 1948, wanneer de vereniging 25 jaar In I960 werd een nieuw contributiesysteem in
bestaat, is het ledenaantal inmiddels gegroeid gebruik genomen. De inkomsten waren niet
van 200 naar ruim duizend. De voorzieningen langer voldoende om de kosten te dekken -
zijn beter. Terwijl men in 1923 alleen beschikte hetgeen ook niet zo verwonderlijk is als men
over een lijkkoets, waren er in 1948 inmiddels naar de geringe bedragen kijkt. Voor hen die al
drie volgauto’s beschikbaar. Ter gelegenheid lid waren bleef de contributie hetzelfde: voor
van het 25-jarige jubileum werd een feestavond leden tot 16 jaar f 1,04, voor leden vanaf 16
georganiseerd, waarbij de aanwezige dames jaar f 3,12 per jaar. Voor nieuwe leden werd een
toezegden om handschoenen voor de dragers oplopende contributie ingesteld, voor jongeren
van de vereniging te breienvan 16 tot 20 jaar f3,12, oplopend tot f 18
40
41
R
O
O
1
O
0
X
w
w
w
S
S
w
Q
0
Z
C
Z
w
2
w
V
Z
w
IL
2
O
w
r
Begrafeniskoets
in de Dokter
Heringalaan voor
het huis van de
overleden Klaas
Ruis