Begrafenisvereniging “De Laatste Eer’ Schoorl
een eeuw geleden opgericht
HENK STAPEL
Archieven
Noord-Hollands Archief te Haarlem
Regionaal Archief te Alkmaar
Landesarchiv Schleswig-Holstein te Schleswig
Begraven in en rond de kerk
Met de komst van het christendom in
Nederland verdwijnt het gebruik van
grafheuvels. Vanaf die tijd wordt naast en
in de kerk begraven. Op de naast de kerken
gelegen kerkhoven werd vrijwel uitsluitend
de mindere man begraven voor wie in de
kerk geen grafruimte was. De armen hadden
ook geen geld voor een stenen monument en
werden vaak zonder kist begraven. Terwijl
o
I
Z
s
o
w
2
w
a
uitgestorven. Het Hof van Schoorl - voorheen
s Lands Welvaren en daarvoor herberg het
Tolhuis - weet bezoekers nog steeds te trekken
voor een uitstekende maaltijd en een verzorgde
overnachting.
Met dank aan Peter de Graaf uit Purmerend, Gert Jan Sevenhuysen uit België en Euphemia
Simone de Ridder-Sevenhuysen uit Krommenie, geboren in 1932 in de melkwinkel naast de
kalksteenfabriek in Schoorldam.
en boze geesten ver van de lijkprocessie te
houden. Vaak werden de klokken voorzien van
bezweringsformules. Ook al verlaat volgens
het christelijk geloof de ziel direct na het
sterven het lichaam en stijgt het ten hemel,
toch behielden veel mensen de angst dat deze
nog enige tijd bij het lichaam aanwezig was en
mogelijk kwaad kon doen tegen de levenden.
Hiertegen probeerde men zich te beschermen
via allerlei rituele handelingen. Zo gebeurde het
uitdragen van een lijk uit een huis altijd met
de voeten vooruit, aangezien de geest van de
overledene, die alleen vooruit kon zien, de weg
terug niet zou kunnen vinden. Vaak was er een
speciale deur in huis die alleen werd gebruikt
om doden uit huis te dragen. Indien de geest
zou terugkeren, vond hij de deur waardoor
hij was uitgedragen, gesloten en zou hij het
huis voorbijgaan. Soms werd zelfs speciaal
een gat in het huis gemaakt, dat naderhand
werd dichtgemetseld. Ook het meegeven
van geschenken aan de overledenen zoals dat
bekend was in de pre-christelijke tijden, werd
voortgezet, zoals het plaatsen van munten in de
mond en op de ogen. In het oude Griekenland
dacht men dat het geld nodig was om de
veerman Charon te betalen om de overledene
over de Styx te varen naar het dodenrijk, in
de middeleeuwen was het geld bedoeld voor
Petrus om de hemelpoort te openen. Tijdens
de Reformatie blijft het gebruik bestaan om
voorwerpen mee te geven in het graf; bij
opgravingen in de Pieterskerk in Leiden vond
men in de graven munten, knikkers, waaiers,
pijpenkoppen, bikkels, sleutels, brillen en
tegeltjes.
De tijd van het christendom
In het vroege christendom vinden we nog veel
oudere gebruiken gericht op afweer tegen boze
geesten, zoals het maken van (een ‘heidens’)
lawaai, dat in het christendom wordt vervangen
door het luiden van klokken. Het luiden van
gewijde klokken was een goed middel om
de ziel van de gestorvenen te beschermen
De dood en uitvaart zijn geen populaire
onderwerpen. Veel mensen praten liever nooit
over de dood. Maar toch is het interessant
je er eens in te verdiepen op welke wijze in
het verleden mensen werden begraven, en de
rituelen eromheen. Rituelen rondom de dood
vormen immers een weerspiegeling van de tijd
waarin men leeft.
Hetzelfde gold voor de kalkzandsteenfabriek
die daar enkele decennia actief was.
De industrieën langs het kanaal zijn nu weg.
Door de komst van het verkeersknooppunt tien
jaar geleden heeft Schoorldam geen doorgaand
wegverkeer meer langs het kanaal. Het is voor
de bewoners nu een oase van rust, maar niet
De oudste geschiedenis van begraven
De oudst bekende begraafplaatsen in
Nederland zijn de hunebedden (ca. 3500-2500
voor Chr.). Ze liggen meest in oost-westelijke
richting, de kelder was naar de opkomende zon
gericht. In het noorden lag het rijk van de dood.
Op de keldervloer werden de doden bijgezet
met naast zich de grafgiften en aarden bekers
waarin voedsel zat. De doden kregen voedsel
mee voor hun lange reis. Uit de ongelofelijke
inspanningen die onze verre voorouders zich
hebben moeten getroosten om de loodzware
stenen te verplaatsen om de hunebedden te
vervaardigen, kan men afleiden dat ze het idee
hadden dat de dood niet het einde was. In
de vorm van geesten konden de zielen van de
overledenen nog ronddolen. De giften waren
voor onderweg en om te vermijden dat de
geesten kwaad zouden doen tegen de levenden.
Uit de bronstijd (ca. 2500-1000 voor Chr.)
zijn nog grafheuvels over, waar doden werden
begraven of gecremeerd. Begraven en cremeren
kwamen in deze tijd dus naast elkaar voor. Net
als in de hunebedden waren de grafheuvels
geheiligde plaatsen en het religieuze middelpunt
van het leven in die tijd. Doden waren
onderdeel geworden van een andere wereld van
geesten die mogelijk kwaad kon doen en die via
rituelen beheerst moesten worden.
Literatuur
Boer, M.G. de, en C. Nannes Gorter (ed), Het Groot Noordhollandsch banaal, 1824-1924.
(Alkmaar 1825)
Christensen, Konzept des Reiseberichtes undReisekosten. (Rendsburg 1821) (Landesarchiv SH 37-
77)
Dekker, P„ ‘Westfaalsestoffenhandelaren in deZijpe’. (Schipluiden 1983)
Grouner, Samuel von, Beschreibungeiner Reise durch das Königreich der Niederlande, Zweiter
Theil (verfasst durch C.W. Wimmer, Passau 1827)
Haubourdin, e.a., de Physir^ue Existentie deze lands. Jan Blanken, inspecteur-generaal van de
ivaterstaat (1755-1838) (tentoonstellingscatalogus, Amsterdam 1987)
Kaptein, Herman, Nijverheid op windkracht. Energietransities in Nederland 1500-1900.
(Hilversum 2017)
Kunz, Harry und Fiete Pingel, ‘Deichbau und Landgewinnung an der schleswig-holsteinische
Westküste under niederlandische Einfluss. In: Schleswig-Holstein und die Niederlande. Aspekte
einer historischen Verbundenheit. (Schleswig 2003)
Meiners, Jörn, Claus Hinrich Christensen (1768-1841). Festungen, deiche, schleusen in Schlesivig-
Holstein und Danemark. (Heide 1995)
Pictet, Jules, Notes sur la Hollande (Juin 1822). (Bruxelles, 1827) (books.google.com)
Raad, Harry de, ‘Een kanaal dwars door de binnenstad’ in: Alkmaar verlegt de grenzen,
smaakv er andering in de negentiende eeuiv. (Alkmaar 2010)
Ridder-Sevenhuysen, E.S. de, Genealogie familie Sevenhuysen, (Stichting Westfriese Families
1997)
Roever, Johannis Gerrit, Korte reisbeschrijving. (Stichting Nederlandse Kaap-Hoornvaarders
2009)
Schilstra, J.J., Schemerland, mensen en molens, vroeger en nu (Schagen, hernieuwde druk 1993)
Thijssen, WC., De Hondsbossche steenen schutsluis te Zaandam. (Zeventiende uitgave kring
vanVrienden van de Hondsbossche, 2001)
Tomson, Peter J„ Cornelis van Foreest. Beginselvast bestuurder in een tijdperk van revoluties
(1756-1825) (Hilversum 2021)
Voskuil, B.V., Van poldergasten, tvaaiersluizen en vlotbruggen, de geschiedenis van het
Noordhollandsch Kanaal, (uitgave Rijkswaterstaat, Amsterdam z.d.)
34
35
2
2
X
O
0)
Q
Z
O
X
O
2
o
o
Z
o
o