o 2
O S
R Z
o S
E X
S 1
0 S
w
o
Z P
n
Pen-gat verbinding in molen de Veer in
Haarlem, (foto Fred Prins 2023
overlijden in 1812 in de molenaarswoning.
Was hij de opvolger van Jan Sevenhuysen?
Betrokkenheid van de familie bij de zaagmolen
daarna is onduidelijk.
De Liefde moest ruimte maken voor opslag
van de uitgegraven grond van het Groot
Noordhollandsch Kanaal. Op 24 juli 1823
vond in Alkmaar de verkoop plaats bij notaris
A.P. de Lange. De molen werd afgebroken
voor hergebruik. Losse delen als roeden
(wieken), assen, dakpannen en ca.
honderdduizend stenen werden daarna ‘uit de
hand’ verkocht.
Q 2
Als voorbeeld: om in 1633 de Schermer
droog te leggen werden er ruim vijftig
molens om het meer gebouwd. Reeds na zes
iveken malen konden de molens niet meer
bij het ivater komen. Het merendeel van de
molens iverd toen afgebroken en er iverd een
binnenboezem gegraven waaraan de iveer
in elkaar gezette molens in een kleinere
kring vervolgens hun iverk voortzettenl’
De molen De Liefde in Alkmaar kende ook
drie generaties Sevenhuysen, allen met de
voornaam Jan. De kinderen van de laatste
Jan Sevenhuysen waren nog te jong om de
houthandel over te nemen toen hun vader
in 1809 overleed. Een ver familielid Willem
Sevenhuysen - niet te verwarren met Willem
Sevenhuysen in Schoorldam - woonde bij zijn
Hij vervolgt: “als je een - niet bewoonde -
achtkant molen binnen stapt overzie je in
één oogopslag het ‘bouivpakket’.”
stoppen met het bedrijf en de molen verkopen.
Hij zal de balans hebben opgemaakt met het oog
op economische perspectieven en koos voor het
laatste. Hij was toen 75 jaar en mogelijk zagen
zijn zoons er geen brood meer in. De aanleg
van het jaagpad aan de oostzijde bood kennelijk
wat respijt want pas begin november 1827
organiseerde notaris Teunis Jansz Waagmeester
twee veilingen, zonder succes. Anderhalve week
later werd de molen in de Opregte Haarlemsche
Courant aangeboden voor verkoop ‘uit de
hand’. Pieter Rus uit Rotterdam werd eigenaar.
Afstammelingen van Willem Sevenhuijzen
verdienden voortaan als landman de kost, tot
vrij recent. Enkelen van hen wonen nog in
Schoorl.
Hoe ging het verplaatsen of verhuizen
(amoveren) van een molen te werk?Fred
Prins, molenaar van de korenmolen
Kijkduin te Schoorl en de molen De
Groenvelder van de polder van Valkkoog
legt uit: “De met riet gedekte molens
zijn ontworpen met het doel om ze te
kunnen verplaatsen; het zijn uitneembare
bouivpakketten. De balken van het houten
frame zitten met pen- en gatverbindingen
aan elkaar.
Vlotbrug bij Schoorldam
De bestaande houten brug werd geruimd en
een veel bredere vlotbrug kwam er voor in
de plaats. De vlotbrug was een ontwerp van
Jan Blanken. In die tijd van het niet mogelijk
een ophaalbrug of draaibrug te maken voor
een waterbreedte van 38 meter. De creatieve
oplossing van Blanken was praktisch en ook
goedkoop (fl. 100.000). In totaal zouden er
achttien vlotbruggen over het 80 kilometer
lange kanaal komen. De aannemer die de brug
volgens het bestek van Blanken ging bouwen
moest ook, indien die er was, de bestaande brug
opruimen en het hout hergebruiken. Hij kreeg
dan fl. 90.000 uitbetaald.
vanuit het noorden lucratief. In het Nieuwe
Diep zetten de zeeschepen de boomstammen
overboord, deze gingen los door het sluisje
van het niet meer gebruikte Nieuwe Werk en
vervolgens als vlot zuidwaarts over het kanaal
getrokken door jaagpaarden. Dit gebeurde
wekelijks. Bij Spijkerboor splitste het houtvlot.
Een deel ging over de Knollendammervaart
naar de Zaan, een ander deel zette de reis
over het kanaal voort naar Purmerend en
zelfs Edam. De houtindustrie in Purmerend
kwam dankzij het kanaal tot bloei. Daaraan
kwam een einde aan na de opening van het
Noordzeekanaal. Dankzij deze nieuwe kortere
aanvoerroute hernam de Zaanse houtindustrie
haar 17e eeuwse koploperpositie.
Gerrit Sevenhuysen, onze zaagmolenaar in
Schoorldam, trouwde met Trijntje Vader,
dochter van Teunis Vader, landmeter en schout
van Schoorl. Gerrit werd een aantal malen
burgemeester van Warmenhuizen. Na zijn
overlijden in 1775 werd zoon Willem de derde
generatie houtzaagmolenaars in Schoorldam.
Deze Willem Sevenhuysen kocht in 1785
de nabijgelegen houtkoperij van Maarten
Leenderts aan de overzijde van de Nieuwe
Sloot. Al enkele maanden later verkoopt hij de
opstallen weer onder het beding dat daar nooit
meer een houtkoperij zou komen. Willem
wenste geen concurrentie in de omgeving. In
1787 bouwde hij een nieuwe houtzaagmolen,
een bovenkruier. Deze kreeg de naam De
Gebroeders. Zijn broers Pieter en Cornelis
zullen wel een aandeel in de molen hebben
gehad.
De afbraak van De Liefde had gevolgen voor
de exploitatie van de zaagmolen Gebroeders
in Schoorldam. Gezamenlijk hout inkopen
was niet langer mogelijk. Bovendien werd
de vaart voor de molen drooggelegd. Dat
gebeurde omstreeks 1823. Het betekende
dat houtvlotten de molen niet meer konden
bereiken. En het was niet meer mogelijk de
balken met behulp van windkracht uit het
water over de vlonder de molen in te trekken.
De molen kwam gedurende zeker een jaar stil
te liggen. Moest het personeel die tijd worden
doorbetaald? Bovendien stond de zaagmolen
op het toekomstige jaagpad en moest ze worden
afgebroken. De keuze waar Willem Sevenhuysen
voor stond was: verplaatsen over korte afstand
en de houthandel voortzetten of na generaties
27
X O
O
2
Situatie in 1825
toen het kanaal
gereed was. Hoewel
de molen er nog wel
stond was deze op de
kaart al weggelaten.
Het doodlopende
stuk water ten
noorden van de brug
(rechts op de kaart)
zal zijn gebruikt als
‘balkengat’ in de tijd
dat de zaagmolen
actief was. Dit water
werd later gedempt
maar bleef een natte
kuil. Na de oorlog
leerde de jeugd van
Schoorldam hier
schaatsen. Uitsnede
kaart (Noord-
Hollands Archief,
collectie IValerstaat)
Zaagmolen De
Liefde aan de
Nieuwe Vaart buiten
de stadswallen van
Alkmaar tussen
Friesche Poort en
Geester Poort. Links
van de molen de
Waaroren. Uitsnede
van een tekening van
Hendrik Tavenier,
1787. (Regionaal
Archief Alkmaar).
Ingekleurd met
waterverf door
Brechtje Visser,
2023.
26