■£:r\+ yj
1 %stJ p
n rr'^1
*L-
wia
!r Mt
r-«opw/M'lf.f
-£ 'X - -
+&cr$
sir
i -/■> c
étrM*
•^JL H
Z1" A*-/
«£ee.
f"
IfM/e
Oisdcm JN
/V*
.juj,
hul i ,k"~
3ï^r.JrtJC*
-zr t >x: ntrfCM.,
A w
Nte jMjL
C
-3 vv^
W»H*
Saf^ x/«ii
rV I
A"?
.1
Slechte tijden
voor de monniken7
De grondruil met Eilger was het
begin van armoede en gebrek
voor de broeders van het
klooster. De abdij kreeg geen
gelijkwaardige compensatie voor
de bezittingen die werden afge
staan. In 1120 stierf abt Adalard
en er werd niet direct een opvol
ger benoemd.
In 1121 ging graaf Floris de Vette
dood. Het graafschap werd daar
na bestuurd door zijn weduwe
Petronella. Zij liet haar hofkape
laan Ascelinus als novice in het
klooster intreden en in 1124 tot
abt benoemen. Dat recht had
Petronella omdat Egmond een
eigen klooster was. Het was niet
naar de zin van de kloosterlin
gen. Zij vonden Ascelinus maar
een onnozele man, een homo
simplicus naturae en een speel
bal in handen van het grafelijk
bestuur.
Er werden bovendien drie leken
als beheerders van de klooster
goederen aangesteld, Eilger,
Folpert de Witte en Steven. De
monniken zeiden dat Eilger hen
vijandig gezind was.
In de Annales Egmundenses
beschrijft een van de broeders
hoe ze het beheer van de drie
leken beleefden. "Het waren
meer wolven dan herders". De
kloosterlingen leden gebrek.
De raadgevers van de gravin
haalden haar over om de oude
houten abdijkerk af te breken en
een stenen kerk te bouwen. De
beheerders verrijkten zich ten
koste van de abdij en bloed- een
aanverwanten trouwden en
werden uitgehuwelijkt met
bruidsschatten uit het bezit van
de abdij.8 Acht jaren lang kom
mer en kwel.
Volgens de schrijver van de
Miracula bezag de Goddelijke
gerechtigheid dit met afkeuring
en greep in. Eilger, Folpert en
Steven stierven alledrie in het
zelfde jaar een onverwachte
dood en niet in hun eigen huis of
dorp en lieten een toonbeeld van
schrik aan hun nakomelingen
De wrijvingen tussen kerk
en wereld in Kennemerland
De spanningen tussen de abdij
en de graven stonden niet op
zichzelf.
Het abdijbezit van de uithof bij
Hargen lag tussen Hargen en
Petten. Het noordelijkste abdij
perceel was 't Hontsbosch dat bij
Petten dat Hontsbosch hiet lag.
Daarnaast lagen de landerijen
van de kerk van Petten.
Willibrord had in 739 de kerk en
het bijbehorende land aan het
klooster van Echternach nagela
ten. Het land werd door de voor
vaderen van de Vette, Dirk III,
Dirk IV en Floris I ingepikt.
Keizer Hendrik IV zorgde er in
1063 voor dat Echternach de
helft terug kreeg. De andere helft
ging naar de bisschop van
Utrecht.9 Het bezit van de abdij
van Echternach bij Petten kwam
in 1156 toch weer in handen van
de Hollandse graven.
Floris III, een kleinzoon van de
Vette verwierf de helft van het
land van de kerk van Petten in
ruil voor land op Schouwen.10
Hoe zal het verder gaan?
Eilighers venne is nu in het jaar
2000 een deel van perceel 1333.
Eigenaar is Zamboe B.V. in
Heemstede. Het bestemmings
plan geeft aan: agrarisch gebied
van natuurwetenschappelijk
belang. Gelukkig maar dat de
planten en de vogels het bescher
men tegen projectontwikkelaars.
Maar Eilighers venne en omlig
gende percelen zoals Coeven,
Varkensventie, Pettemercamp
zijn ook van historisch belang.
Deze landerijen liggen er al meer
dan duizend jaar. Het zijn mis
schien wel de oudste gronden in
dit gebied waarvan de oude per
ceelgrenzen nog bestaan. Daar
moeten we toch wel zuinig op
zijn.
Noten:
G.A. Alkmaar. Archief Schoort
2. G.A. Alkmaar. Archief Schoorl, inv.
no 57.
3. R.A. Haarlem. Abdij van Egmond
inv. no. 646.
4. Opperman: Fontes blz. 68.
5. R.A. Haarlem. Abdij van Egmond
inv. no. 180 en 182.
6. Dr. A.C.F. Koch: O.H.Z. no. 101.
blz. 208-210.
7. J. Hof: De abdij van Egmond van de
aanvang tot 1573. blz. 33-35.
8. A. Uitterhoeve: Annales
Egmundeses (eerste Nederlandse
vertaling) blz. 64-65.
9. Dr. A.C.F. Koch: O.H.Z. no. 84.
blz. 156-161.
10. Dr. A.C.F. Koch: O.H.Z. no. 139/140.
blz. 266-270.
Dit artikel verscheen al eerder in
'Zijper Historie Bladen',
maart 2002, 2r jaargang, nr. 1
Eilighers venne
Cultuur historische Vereniging Scorolo okt. 2002