4
Van oktober 1960 tot oktober 1964 was Jan in De Kongo,
de voormalige Belgische kolonie, waar koning Leopold
de tweede wreed geheerst had. De Kongo was net 1 juli
1960 onafhankelijk geworden. In dat immense grote
land met vele stammen en stamhoofden leidde dat tot
een strijd om de macht. Er was dus een onrustige situatie
ontstaan met als gevolg dat, in het gebied waar Jan
vertoefde, in 1964 de toestand zo onveilig werd dat hij
het land moest ontvluchten. Er zijn in die tijd heel wat
blanke geestelijken, broeders en zusters vermoord door
opstandelingen tegen de regering en plunderende bendes
van verschillende stammen.
Jan kwam toen weer bij zijn vader en moeder terug in
De Noord. Het liep tegen Pasen en kapelaan Steur was
behoorlijk ziek geworden en daarom vroeg pastoor
Berkhout of Jan kon assisteren als kapelaan. Dat was
wel even wennen. Zo kon het gebeuren dat er een ouder
van een van zijn vriendjes de biechtstoel binnenstapte en
begon met “Eh, Jan, hier in de biechtstoel ben je nu toch
PATER Jan, hè?” Dat mensen zó hun geloof beleefden,
heeft hem diep geraakt...en geholpen zijn eigen geloof te
verdiepen. Hij gaf ze natuurlijk het volste vertrouwen.
In 1965 werd hij benoemd naar West-Kameroen, naar
het Engelssprekende deel van Kameroen. Daar heeft hij
30 jaar een goede tijd gehad. Een belangrijk uitgangs
punt van de ‘blanke’ Mill Hillers is om jezelf overbodig
te maken. Afrikanen worden opgeleid zodat nu, in 2021,
ondertussen de hele organisatie, van bisschoppen t/m
catecheten, in Afrikaanse handen is.
In die tijd heeft hij zich ook sterk gemaakt voor een
weeshuis. Familie en vrienden, de 40MM uit Venhuizen,
de MOV uit De Noord en enkele andere organisaties
zorgden voor financiële inbreng. Op een gegeven
moment kwamen er al meer projecten bij, zodat broer
Toon het verstandig vond om er een stichting van te
maken: Stichting Pater Jan Molenaar NL77RABO
0386905576 (ANBI waardig). Ondertussen is de aanpak
van de projecten wat veranderd en worden kinderen niet
meer opgenomen in een apart weeshuis maar blijven ze
wonen en leven bij een familielid en waar nodig worden
ze dan financieel bijgestaan om naar de basisschool te
gaan of een vakschool of naar het middelbaar onderwijs
en soms ondersteunt de stichting projecten als mi
cro-credit verenigingen waardoor mensen financieel iets
extra’s kunnen opbouwen. De Zusters van St. Theresa
en de Zusters van St. Franciscus, zelfstandige inlandse
congregaties van zusters uit Kameroen zelf, zijn nu
verantwoordelijk voor de organisatie.
Wat jammer is, is dat er al zo’n 5 jaar onrust is in Kame
roen. Vroeger was 4/5 van Kameroen een Franse kolo
nie, het Oosten, en 1/5 een Engelse kolonie, het Westen.
Naast het ‘Kameroens’ wordt daar Frans of Engels
gesproken. Het kleine Engelse deel voelt zich, terecht,
achtergesteld. Vreedzame protesten werden met geweld
door regeringstroepen uiteengeslagen met gevolg dat
‘separatisten’ willen streven naar onafhankelijkheid. Zo
iets gaat altijd ten koste van de burgerbevolking. Er zijn
al meer dan 5000 dodelijke slachtoffers gevallen en een
half miljoen mensen zijn op de vlucht voor het geweld
tussen regeringstroepen en de separatisten in hun regio.
Alle hulp voor bemiddeling wordt tot nu toe door de
regering afwezen. Jan houdt goed contact met de zusters.
Maar op veel plaatsen is het vaak meer een kwestie van
helpen met overleven dan van leven. Maar de projecten
draaien door. Jan is dankbaar voor de steun die hij altijd
gehad heeft en nog steeds heeft.
In die tijd stond Hugo Boys 1 stijf onderaan in de compe
titie. Het was bekend dat die Molenaartjes goed konden
voetballen. Ze waren klein maar bijzonder snel. Zijn jon
gere broer Antoon (Toontje) speelde ook in het eerste en
Jan werd gevraagd of hij mee wilde spelen, want een goe
de speler konden ze wel gebruiken. Het was eigenlijk on
begonnen werk. Hugo Boys moest alles winnen, de twee
teams erboven moesten bijna alles verliezen en dan zou
er een beslissingswedstrijd komen. Jan ging de uitdaging
aan. De toog uit en het voetbalkloffie aan en het wonder
van De Noord geschiedde: Hugo Boys degradeerde niet!
Jan ging op de schouders en of de andere spelers De
Heer op hun blote knieën bedankt hebben, vermeldt het
verhaal niet. Jan vertelde nog wel de leuke anekdote dat
er na een wedstrijd een keer een tegenstander naar hem
toe kwam en toen hij hem in zijn priester outfit zag zijn
verontschuldiging aanbood. Hij had hem een keer grof
getackeld en de keer dat Jan hem de bal door de benen
speelde, had hij Gods naam op een niet zo verantwoorde
manier gebruikt. Geen probleem, had Jan gezegd. Dat
kan natuurlijk in het felst van de strijd gebeuren, maar
de buit was binnen, het voornaamste was de winst.
Een gift
van HVO
voor Ka
meroen
De over
steek bij
een rivier