waartegen het vee zich kon schuren. Dergelijke botten
vinden we op weilanden en erven van boerderijen. Deze
walviskaken worden zwerfbotten genoemd. Ze zijn vanaf
de 17e eeuw door Hollandse walvisvaarders meegebracht
en bij boeren terecht gekomen die ze wel voor het een of
ander konden gebruiken. Deze botten zijn dan niet ouder
dan hoogstens een paar honderd jaar of jonger omdat er
door de Nederlanders tot ver na de Tweede Wereldoor
log op walvissen werd gejaagd. Ze zijn nog maar weinig
te vinden. Als ze er nog staan, zijn ze door het schuren
van het vee en door het jarenlang in weer en wind staan
behoorlijk aangetast. Het walvisbot van Heerhugowaard
ziet er echter redelijk gaaf uit. Dat en de geringe grootte
van het walvisbot maakt de opmerking dat het hier om
een zwerfbot zou gaan, gebruikt als hek of schuurpaal,
minder geloofwaardig.
In de grond begraven?
Maar is het Waardse walvisbot nu een zwerfbot of een
prehistorische vondst? Het lijkt mij vrijwel uitgesloten
dat het een zwerfbot is, aangezien het bot veel te klein
is voor gebruik als schuurpaal of hek en het bot geen
Daarom heeft Henk Aandewiel van het Poldermuseum
in Heerhugowaard in 2019 een monster laten nemen
van dat bot. Aan de Universiteit van Yorkshire in
Engeland werd dit onderworpen aan een soort DNA
test. Hiermee kon de soort worden vastgesteld. Het
blijkt om een grijze walvis te gaan. Eind vorig jaar is
een monster naar Trondheim in Noorwegen gestuurd
waar Youri van den Hurk werkzaam is als onderzoeker.
Van den Hurk heeft als zoöarcheoloog veel studie ge
daan naar prehistorische botten. Niet naar de botten die
na 1600 door de walvisvaarders zijn meegenomen. Hij
is vooral op zoek naar een soort walvis die lang geleden
uit de Noordzee is verdwenen, namelijk de grijze walvis.
Het gaat hem dus om de periode van voor de actieve
walvisvaart, de periode tussen de prehistorie en de Mid
deleeuwen. We weten uit archeologische vondsten dat
de grijze walvis toen nog in onze zeeën voorkwam. Ze
leefden in de Atlantische oceaan en de Noordzee en in
ondiepe zeeën, vandaar dat ze ooit voorkwamen langs
de Hollandse kust.
gebruikssporen vertoont. Zou in de 17e of 18e eeuw een
Waardse boer met paard en wagen naar Zaandam, of
elders, zijn gereisd en vandaar het walvisbot hebben
meegenomen? Dat bot moet dan jaren op zijn erf heb
ben gelegen, omdat de boer toch inzag dat hij met zo’n
klein bot weinig kon beginnen. Vervolgens, om ervan
af te zijn, heeft hij dit bot anderhalve meter diep in de
grond begraven, zodat boer Kleppe dit in 1975 met ploe
gen weer naar boven kon halen. Zou dit het verhaal zijn
achter het Waardse walvisbot? Het lijkt mij niet, maar
dat is niet meer dan een veronderstelling. Om zekerheid
hierover te krijgen, is onderzoek nodig naar de
ouderdom. Meten is weten, nietwaar.
Prehistorische vondst
Inmiddels is afgelopen februari het resultaat bekend
geworden van het onderzoek door Van den Hurk naar
de ouderdom van het Waardse bot (via de C14
methode). De datering is uitgevoerd in de Nasjonallabo-
ratoriene, onderdeel van de Norges teknisk-naturvitens-
kapelige univeristet. Uit Trondheim kwam de melding
binnen dat het bot uit het Poldermuseum met zekerheid
meer dan 5000 jaar oud is, dus zeg maar dat de grijze
walvis zo’n 3000 jaar v.C. in Heerhugowaard terecht is
gekomen. Geen zwerfbot dus, maar een prehistorische
vondst, met stip de oudste in Heerhugowaard. Van den
Hurk meldt over het dateringsonderzoek dat hij heeft
uitgevoerd: ‘Mariene dieren geven vaak een ouder C14
signaal af dan terrestrische levensvormen (landdieren).
Om deze reden moet de datering bijgesteld worden.
Doorgaans wordt dit op 400 jaar gesteld, maar dit is
afhankelijk van locatie en dier. Helaas is voor walvisbot
ten in Nederlandse wateren geen betrouwbare vergelij
king. We zien dat veel andere onderzoekers uitgaan van
400 jaar. We kunnen ook een vergelijking maken met
het walvisbot uit Andijk. Daar is in 2007 een compleet
In Oostzaan zijn bij werkzaamheden aan het riool een
groot aantal walvisbotten gevonden, evenals in Zaanstad.
Bij opgravingen van de scheepswerven aan de Hogendijk
kwamen 13 botten van jonge Groenlandse walvissen
tevoorschijn. Veel onderkaken en staartwervels. Het
grote aantal staartwervels kan verklaard worden uit
het feit dat een walvis eenvoudigweg veel staartwervels
heeft. Dat er zoveel onderkaken gevonden worden - een
walvis heeft maar vier kaakbeenderen, heeft te maken
met de hiervoor genoemde winning van de speciale olie.
In het dorpscentrum van Schiermonnikoog staan twee
enorme onderkaken van een Blauwe Vinvis die in 1950
in de Zuidelijke IJszee is geschoten. De twee meter hoge
walviskaken herinneren aan de intensieve walvisvaart op
Schiermonnikoog. Na de Tweede Wereldoorlog werd de
Nederlandse Maatschappij voor de Walvisvaart (NMW)
opgericht. De oprichting was vooral ingegeven door de
naoorlogse schaarste aan oliën en vetten en met name
de margarine-industrie.
29
De Grijze walvis leefde indertijd in de Atlantische oceaan en de
Noordzee, maar is door de intensieve walvisvaart hier uitgestor
ven. Deze walvis kan wel vijftien meter lang worden. Ooit kwamen
ze voor langs de Hollandse kust.