WAARDSE WALVISKAAK ZWERFBOT
OF ARCHEOLOGISCHE VONDST?
A\v
1
Henk Komen
28
In 1975 was A.J. Kleppe in Heerhugowaard aan het diep-
ploegen. Bij diepploegen gaat de ploegschaar zo’n 100 tot
150 cm diep de grond in. Als de grond vrij zwaar is en er
is een onderlaag van lichte grond, zoals zand, dan kun je
met diepploegen iets van dat zand naar boven halen om
de grond minder zwaar te maken. Zo’n situatie deed zich
voor in Heerhugowaard zuid aan de westzijde van de
Middenweg, dus tussen de Middenweg en de
Westerweg ter hoogte van Middenweg 3. In de onder
grond van Heerhugowaard bevinden zich namelijk lange
kreekgeulen van zand daterend uit de prehistorie.
In zo’n kreekgeul ploegde boer Kleppe in 1975 zijn akker
en haalde tot ieders verrassing een enorm groot bot naar
boven van zo’n 1,70 meter lang. Het bot bleef lange tijd
bewaard bij Kleppe totdat hij omstreeks 1985 contact
zocht met mij. Hij kende mij omdat ik werkzaam was als
conservator van het Poldermuseum aan de Huigendijk
dat gevestigd was in het oude gemaal. Ik ben met dat bot
naar de toen bekende bioloog-archeoloog Gerrit van de
Heide gegaan die verbonden was aan het Zuiderzeemu
seum in Enkhuizen. Hij determineerde het bot als de
onderkaak van een kleine walvis en schatte de ouderdom
op zo’n 5000 jaar. Dat was een grote verrassing. De
familie Kleppe was zo welwillend om het bot in 1986 te
schenken aan het Poldermuseum waar het tot op de dag
van vandaag te zien is.
Maar de jaren verstrijken en na verloop van tijd weet
niemand meer waar dat bot eigenlijk vandaan komt
en wat voor bot dat eigenlijk wel mag zijn. In een
videopresentatie in het huidige oude gemaal wordt de
geschiedenis van Heerhugowaard verteld en kort de
aandacht op dat bot gevestigd welke in de ruimte van de
videopresentatie zichtbaar aanwezig is. Het zou gaan om
een zwerfbot dat toevallig in Heerhugowaard terecht is
Walvisvaart
Vanwege de zeer grote maat konden deze walviskaken
ook voor andere doeleinden gebruikt worden, zoals
bijvoorbeeld voor hekwerk of als schuurpaal voor het
vee. Zo’n kaakbeen werd een paar meter in de grond
gegraven en dan stak het nog meters boven de grond uit
gekomen en weinig met Heerhugowaard te maken heeft.
In de archeologienota van de gemeente is het walvisbot
als vondst opgenomen, maar wordt ook hier een zwer-
fobject genoemd. En daar begint dus de verwarring. Zou
Gerrit van der Heide ongelijk hebben? Gaat het hier om
een zwerfbot?
Zwerfbotten
Allereerst natuurlijk de vraag: wat is een zwerfbot?
Zwerfbotten komen in heel West-Friesland voor. Het
Waardse bot zou er dus een van velen zijn. De oorsprong
van zwerfbotten van walvissen moeten we zoeken in
de tijd dat vanaf de zeventiende eeuw de Hollanders
en ook de West-Friezen op walvisvaart gingen. Centra
van walvisvaart waren indertijd o.a. de dorpen Graft en
De Rijp, maar ook andere West-Friese zeedorpen zoals
Aartswoud, Medemblik en Hoorn. De boer ging op wal
visvaart en zijn vrouw en kinderen namen het werk op de
boerderij over. De walvisvaarders slachten hun walvissen
direct na de vangst op het schip. Een walvis heeft een
onderkaak en een bovenkaak, elk bestaande uit twee bot
ten. Het Heerhugowaardse bot is van de onderkaak van
een walvis. De kaakbeenderen werden indertijd speciaal
door de walvisvaarders meegenomen naar huis omdat
ze beenderolie bevatten die uit die kaakbeenderen kon
worden gewonnen. Dit was zeer dunne olie, verkocht als
smeermiddel (kreekolie) voor fijne mechanische appara
ten zoals klokken, microscopen en telescopen.
Het was een tamelijk kostbare oliesoort. Het gevolg was
wel dat er veel kaakbeenderen in Holland en
West-Friesland terecht kwamen.
Het walvisbot in het Oude Gemaal aan de Huigendijk,
opgegraven in Heerhugowaard in 1975.
Een zwerfbot. De
walviskaak bij de
boerderij op de
Gouwe werd vroe
ger gebruikt als
schuurpaal voor
het vee (foto Ina
Broekhuizen-Slot).