25
In oktober 1947ging hij terug naar Flores, niet zonder
een dankwoord in het Nieuw Noordhollandsch Dagblad
van 22 oktober voor alle belangstelling die hij had on
dervonden. “Ondanks al het goede dat ik gedurende dit
verlofjaar hier heb ondervonden, ben ik blij morgen weer
te mogen terugkeren. Het missieland van Flores is mijn
tweede vaderland. Mijn hartelijke dank aan alle goede
vrienden en weldoeners! Speciaal aan de firma’s in
Alkmaar en Schagen, die mij goederen hebben
geschonken ten behoeve van mijn missie. Bij velen staan
waarschijnlijk in een of ander donker hoekje porseleinen
beelden of andere beelden die niet meer “in de mode”
zijn. Zoudt u die niet willen afstaan voor de Florinezen,
die nog niet zo’n moderne smaak hebben? Een lantaarn
uit de verduisteringstijd, een heel gewone stormlamp,
petroleum- of kaarslantaarn: ook een prachtig cadeau
voor een missionaris, die zijn vele catechisten van een
lamp moet voorzien om hun werk te kunnen doen in de
donkere dorpjes. Beide artikelen worden in dank
aanvaard door W. Does, Oostdijk Heerhugowaard,
die ze aan mij zal doorsturen.”
Voor de eerste keer met verlof
Een jaar later was hij na negen jaar voor de eerste keer
terug in Heerhugowaard. Zijn verlofjaar besteedde hij
aan o.m. missie-animatie in de parochies van zowel het
Zuid als ’t Kruis. In het patronaatsgebouw van de
parochie H. Familie hield hij een lezing over Flores.
De verkenners demonstreerden Florinese dansen, terwijl
ook de zangvereniging haar medewerking verleende.
Hij maakte in dit verlofjaar ook droevige gebeurtenissen
mee. Zijn moeder overleed op 7 juli 1947. Op 3
september sneuvelde een oomzegger van hem, soldaat
Jan Does, in Nederlands-Indië, waar zes weken eerder
de politionele acties waren begonnen. Pater Cor Does zat
in het priesterkoor tijdens diens uitvaartmis.
De eerste verkiezingen in Indonesië
Een opvallende gebeurtenis uit zijn tweede periode was
zijn aanwezigheid in 1952 op het 25-jarig herdenkings
feest van zus Anna in Tegal op Java. Ook de viering in
1954 van het Maria-jaar op Flores was voor Cor een van
de hoogtepunten in deze periode. “We hebben een
Fatima-beeld door de verschillende parochies laten
trekken.” Een heel andersoortige belangrijke ervaring
mag hier zeker niet onvermeld blijven: de eerste verkie
zingen in Indonesië, in augustus 1955. “Daarvoor heeft
de regering met de kamponghoofden allerlei maatrege
len moeten treffen: de nodige voorlichtingen, de
indeling in de kiesdistricten enz. In mijn parochie waren
5 gebouwtjes opgericht waar ze moesten stemmen. Op
de dag van de stemming was het hier rond de kerk een
geweldige drukte. De mensen waren ingedeeld volgens
hun kampongs en zouden opgeroepen worden als het
hun beurt was. Er kwamen een massa mannen met
lansen op, het leek wel oorlog. Er was namelijk gezegd,
dat ze om beurten de kampongs moesten bewaken,
omdat die leeg zouden lopen die dag. Dat bevel hadden
ze zeker niet goed begrepen, en ze kwamen allemaal met
lansen hierheen. De drie polities die de wacht hielden,
vonden het beter om al die gevaarlijke pieken maar op te
bergen. Goed, zeiden ze, en ze werden tot bossen
verzameld en neergezet bij de massa kleine kindertjes,
die ook mee moesten komen uit de kampongs en
wachten moesten tot moeder gestemd had.”
en ontberingen mocht komen, toen de kampcom
mandant aan de gevangenen duidelijk maakte dat het
afgelopen was. Japan had zich overgegeven. Een paar
dagen later vertrokken de konvooien. Ik kreeg een voor
keursbehandeling als herstellende dysenterie-patiënt.
Ik vertrok met het gevoel de mooiste dag van mijn leven
mee te maken. We bleven twee weken in het gehavende
kamp van Pare-pare, waar we goed eten kregen. Daarna
nog een paar 100 km naar Makassar. De houding van de
inheemsen daar op Celebes was allesbehalve vriendelijk.”
Heel anders beschrijft hij de aankomst van zijn groep per
Nederlandse oorlogsboot op Flores: “Juichende mannen
sprongen de zee in, en riepen ons het eerste welkom toe,
“slamat datang” ofwel “Fijn, dat je gekomen bent!”
Pater Cor Does tijdens een
missie-avond in 1947 in
Heerhugowaard. Zijn locale
krijgshaftige kleding uit
Todabelu is een product van
de weefkunst in Mataloko en
omgeving. Familie-archief
Gina van Dijk-Does.
Klaar voor vertrek per paard naar de buitenposten, die verspreid
liggen in de bergen. De verste ongeveer 20 km. Foto ca. 1955. Uit
Foto-album Flores 1956 van pater Cor Does