24 Cor besluit bij gebrek aan andere gegadigden zelf diri gent van het kampkoor te worden en zangnummers op te diepen “uit de rommelkamer van zijn geheugen”. Enkele paters hielpen al bij het uitschrijven van duizenden no- ten. Er moest stiekem worden geoefend. Succesnummers waren voor nog jonge getrouwde heren o.a. het bekende Door mijn woning speelt een zonnig licht van Emile Hullebroeck en Wie zal er ons kindeke douwen van René de Clercq. “U begrijpt wel, waar de gedachten van de mannen heen gingen. Dan werd het indrukwekkend stil. Totdat het zingen te luidruchtig werd: 160 man kregen allemaal 5 meppen met een dikke knuppel en 5 toe met een dik touw. Na afloop zongen de jongeren: Twee billen zo blauw, één van de knuppel en éen van het touw. Zo zijn we tot ridder geslagen als koor van Pare-pare met van achteren de blauwe decoratie.” In de middernacht- mis van Kerstmis 1942 zong het koor liederen. Omstreeks half 1944 vlogen er vaker vliegtuigen van de geallieerden over. Er werd alarm ingevoerd wegens mogelijke bombardementen. Half oktober werd het kamp gebombardeerd, er vielen 5 doden. Bij een tweede bombardement op 21 oktober vielen er twee doden. Korte tijd later werd een kolonne van 600 man op weg gezet naar de beek Kali Bodjo, 8 km lopen, ’s nachts om half drie de poort uit. “We werden ondergebracht in zes gammele, lege schuren, zonder wanden, bambu-palen van een meter of drie onder een bladerendak. Dus per bivak een 100 man. Geen toiletten, geen stookplaats. En hier nooit ongekookt water drinken uit de beek. “Die beek kan onze dood worden”. Na drie weken begon de dysenterie-plaag. Al gauw 200 zieken. Er waren geen medicijnen. Je moest gewoon uitzieken (“ik spreek uit ervaring”). Er waren soms twee begrafenissen op één dag. Veertig mannen zijn bezweken in Kali Bodjo. Het verblijf in Kali Bodjo duurde 7 maanden, tot mei 1945. Blijkens stiekeme berichten ging het de Jappen niet goed. We hoorden in mei dat we weer zouden verhuizen. In groepen van 35 man op trucks. Ik vertrok op de eerste zondag na Pinksteren. Ergens hoog in de bergen, in Bolong, in het Toradjaland, waren 25 klei ne barakken in gereedheid gebracht, elk voor 24 man. Het werden ruim drie hele zware maanden van gangen graven in mergelbergen van 1 m breed en 1 m hoog. We hebben daar honger en kou geleden. Met welke bedoe lingen moesten we graven? Vliegtuigen hebben we hier nooit gezien. Schuilloopgraven hoefden hier niet. We hebben nog 8 begrafenissen hier gehad. Op 15 augustus 1945 begonnen we nog aan een gebedsnovene, opdat er spoedig een einde aan de oorlog Japanse internering op Celebes 1942-1945 In Nederlands-Indië werden op 10 mei 1940 alle Duitsers, behalve vrouwen en kinderen, geïnterneerd. Ook ongeveer 25 Duitse missionarissen op Flores. Maar alles veranderde echt ingrijpend toen op 12 maart 1942 Java door Japan werd bezet. Twee maanden daarna kwa men de Japanners ook op Flores. Alle honderd paters en broeders en ook nog 25 Nederlandse zusters werden gegijzeld op de bisschopsstatie in Ndona. Tijdens de zeven weken durende gijzeling slaagde Cor Does erin om vóór het feest van Petrus en Paulus de vierstemmi ge mis van Hubert Cuypers in te oefenen, In honorem Sanctissimae Trinitatis, en die op 29 juni ook uit te voeren. Op 15 juli 1942 werden we per gestolen K.P.M.- schip weggevoerd, na in de kapel het bekende Ave Maria Stella gezongen te hebben. De reis eindigde na een paar dagen in Makassar op Zuid-Celebes. Ondergebracht in kazernegebouwen van de vroegere Nederlandse politie. Slapen in een hokje van drie bij drie meter voor twee personen (de oude pater W. Jansen en ik) op een matje op de kale vloer. Een saai en doods bestaan. In het ge heim mislezen.Voetbal en meerstemmig zingen van een paar bekende liederen in een mannenkoor van 45 man brachten een beetje vertier. Na 6 weken in Makassar hoorden we dat we zouden verhuizen naar Para-pare, een stadje zowat 200 km ten noorden van Makassar, ook aan de kust. “Pare” betekent rijst, ook op midden-Flores. Zuid-Celebes, de lage kuststrook, is een echt rijst-land. Met ruim 600 man verbleven we gedurende ruim twee jaar in kamp Para-pare. Met drie, later vier man in een hokje van 2.5 bij 2.8 m.” Hallelujah sloeg niet aan. “Het effect was vreemd: de meeste mensen keken achterom omhoog naar ’t koor, dat zijn best deed. Dit Hallé, Hallé, Hallé ging de mensen boven de pet. Ze begonnen te lachen.” Samen met de literair geoefende pater Beltjes maakte hij van Die Schöpfung een goed zingbare Nederlandse uit voering. Pater Jan Tol verving met een kleine ocarina het harmonium of piano als begeleiding. “Onder het zinken dak van onze werkplaats stonden we bij de uitvoering paf van het volume. Er waren reacties zoals “Does, het was verdomd mooi. We hebben genoten.” Uit de standaardscholen werden de a.s. onderwijzers en priesterroepingen gekozen. De eerste klas op het semina rie legde zich vooral toe op het Nederlands. “Wel kennen alle jongens behalve hun eigen taal ook Maleis, maar later moeten zij als priesters ook Nederlands kennen en dat is voor deze jongens niet gemakkelijk.” Hij betreurt het dat de meisjes zo weinig goede schoolopleiding krij gen: “Jammer dat de meisjes zo slecht op school komen en daarom ook veelal oerdom blijven. De veertienjarige meisjes vind je hier op een lange rij aan de spinnewielen bij de zusters op de gang, draden makend van pluisjes en vlokjes katoen onder leiding van onderwijzers. Behalve de eigenlijke schoolvakken leren ze natuurlijk vooral dat wat ze later nodig hebben in de kampongs: spinnen, weven, wassen en hun eenvoudige potje-koken enz.”

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Overhaal: historisch magazine Heerhugowaard | 2022 | | pagina 25