ir ft .e V- persoonlijke manier een goed beeld van zijn ervaringen, de omgeving en de mensen om hem heen. Hij schrijft over zijn eerste maanden dat hij Maleis studeert en een tochtje heeft gemaakt naar een vroegere vuurspuwen de berg van 2000 meter hoog: “We leven hier op 1000 meter hoogte. Rondom de gebouwen liggen tuinen met Indische en alle Hollandse groenten. Er werken ca. 20 personen, hun verdienste is 20 cent per dag. Er loopt hier een autoweg langs, waar - schrik niet - 2 a 3 auto’s per dag langskomen. De kerk is helemaal van beton. Water en prachtig zand zijn er volop aanwezig, dus is het betrekkelijk goedkoop bouwen. Op grote feesten is er plaats voor 3000 mensen. if Bij huis dragen we altijd witte togen, ofschoon ’t op onze hoogte helemaal niet zo warm is. Terzijde van de kerk staan moerbeibomen, die echter in erbarmelijke omstandigheden verkeren, omdat de kinderen er voortdurend inzitten. De vruchten hebben geen tijd om rijp te worden. Voortdurend moet ik hier voor dokter spelen: ’s zondags als ik thuis ben, en geen kampong be zoek, komen ze om een zalfie, een paar pillen, een beetje te praten. Het jonge volkje heeft veel wonden aan de voeten, omdat ze blootpootje lopen. Soms deel ik tabak uit die moeder me heeft gestuurd. Ze kauwen hier bijna dag en nacht op de sirih-pruim, een mengsel van een bepaald boomblad en kalkpoeder. De meesten hebben hier altijd een gevlochten tasje bij zich, ook de schoolkinderen.” een verzameling foto’s van Toda Beloe en omgeving aan zijn familie gestuurd. “Ik doe zelf niet aan fotograferen, maar ik ben toch in gunstige omstandigheden om aan kiekjes te komen. Verschillende paters van het seminarie zijn er nogal bedreven in. En als de nieuwe missiona rissen hier zijn, dan zijn er haast altijd wel een paar bij, die ook een toestel meegebracht hebben, en die hier hun eerste proeven maken. Daarom zijn ook deze foto’s niet allemaal even mooi; als je tijd hebt, lees die tekst dan ook. Neem er de tijd maar voor”. Zus Anna schrijft in haar bijgevoegde brief - want het fotoalbum werd via haar opgestuurd - dat ze in Tegal nog altijd zusters tekort komen: “Wanneer er maar veel meisjes uit Heerhugo- waard naar ons klooster in Tilburg zouden gaan, dan zouden we wel krachten genoeg hebben, daar zullen we dus maar op wachten.” De bijschriften van Cor bij de foto’s geven op een Over de natuur schrijft hij, dat kleine beekjes in de regentijd dikwijls onstuimig brede rivieren worden, maar dat dit in zijn directe omgeving niet het geval is. “Hier zijn ook geen krokodillen en op ’t land heb je hier eigenlijk ook geen wilde dieren, soms een wild varken of een wilde karbouw. Maar ze hebben de paters nog nooit lastig gevallen. Als ik naar de kampongs onderweg ben, zo’n drie kwartier, moet ik op de berghellingen soms toch van mijn paard af, mijn dagelijkse helper en kameraad. Samen ben je bek-af als je boven komt. De hellingen zijn langzaam glooiend en begroeid met lang gras, maar ook ineens kort en steil. In de kampongs kom ik voor o.m. de H. Mis en de communie. Met een stuk brood, ook al is ’t droog en hard, kun je alle kinderen naar je toe krijgen. Rotti, Rotti...toean brood, brood, mijnheer!) In deze dorpen zie je nog de heidense offerpalen - met een klein dakje erboven - voor mannelijke voorouders rechtop staande offerstenen, voor vrouwelijke liggende. Mensen worden hier in zittende houding begraven.” Na het vertrek in 1939 van zijn collega pater Jacob stond hij in Mataloko alleen voor de grote parochie en de stan daardschool met internaat van omstreeks 80 jongens van de vierde, vijfde en zesde klas. Kampongs bezoeken kon voor hem niet meer. Dat moest hij overlaten aan een onderwijzer of katechist. Met toneelspelen, kerstzang en gregoriaans probeerde hij toch ook verder te gaan met wat hij in Nederland had gedaan. Maar Handels 1 V J a twee maanden werd ik benoemd als hulp in Mataloko.” Er was alle gelegenheid voor verdere muzikale ontplooi ing. Hij maakte al meteen kennis met de volksbundel Jubilate, waarin hij met bewerkingen en ook met enig eigen werk een aandeel zou krijgen in de verbeterde edities ervan na de oorlog. Deze bundel was een groot succes, want er kwamen wel 500.000 exemparen van in omloop. Hij paste missen en liederen aan bij de typische volkseigen manier van noten zingen. Ook de teksten mengde hij met inheemse gebruiken zoals klaagzangen om een gestorvene. Waar het kon, gaf hij de ruimte aan inheemse zang. Na twee jaar verblijf op Flores heeft Cor TofTi 114 116 122 A N hi 23 De zes Kleine Soenda-Eilanden, waaronder Flores. Deel van kaart uit Fotalbum 1939 van pater Cor Does. Kerk en statie Todabelu Todabelu is eigenlijk de andere naam van Mataloko. Er waren daar twee kampongs dicht bij elkaar t.w. Toda en Belu (de oude spelling is Beloe). UitFotalbum 1939 van pater Cor Does. ROTI soLOR JUiapoef '-/TIMOR tgp - RMdw - 126 Hef Apostolische Vicariaat der Kleine Soenda-Eilanden Schaal 1 95X000 imdjava BAH UfflBOK A I S4lALAKA ’PATEINOSTER-EILANDEI KOMODO^ SDEIIBAWA “I IWgipro- TlvU-U* 118~ Y* 120 |sALEIER SOEMBA i’-CtZxXc-f S

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Overhaal: historisch magazine Heerhugowaard | 2022 | | pagina 24