De drie jaren van zijn noviciaat en filosofie in Helvoirt brachten voor hem de ene na de andere nieuwe muzikale ervaring: “Ik ontdekte heel wat stilliggende partituren en muziekboeken, waardoor ik gaandeweg prachtige melodieën, solo’s en koren leerde kennen. In al dan niet omgewerkte gedeeltes van de oratoria Die Schöpfung en rond 1985, zo wordt gezegd, in De Koerier hebben gestaan. Een van de strofen luidt als volgt: “Jan Does is niet voor de poes./ Hij heeft veel kinderen, luister maar, Een studeert voor pater, een ander is soldaat. Een derde is groenteventer, met goed resultaat.” De zoon die studeert voor pater, is Jan. Cor zou hem in 1918 achterna gaan. Missionaris op Flores Op 19 maart 1937 ontving hij het bericht dat hij was benoemd tot missionaris op Flores. Op 25 augustus vertrok hij met de ‘Slamat’uit Rotterdam samen met 12 andere paters naar Nederlands-Indië. “Aan boord een overgelukkige Cor op weg naar Flores’groene zomen”, aldus pater Stockmann, zijn latere provinciaal. Eenmaal in Batavia gearriveerd, nam hij de kans waar om onder weg naar Flores zijn zus Anna, ofwel zuster Ceciliana, te bezoeken in Tegal, aan de noordkust van Java, waar zij toen al zeven jaren was. “Eind september kwam ik met elf andere paters (allemaal neomisten) aan op Flores, de haven Ende. Na twee nachten en een bezoek bij de bisschop in Ndona, werden we naar Mataloko gebracht (110 km).” We kregen een paar maanden instructies en Indonesisch. Ik verbaasde me over de massale zang in de parochiekerk en het gemeenschappelijk zingen in de Missen. De pastoor had ook al een kleine harmonie. Na Op 3 september 1918 ging Cor met Jan mee naar het kleinseminarie bij het klooster St.- Willebrord in Uden. De leraar die hij het beste heeft onthouden, is pater Sci- marowski. “Hij schreef vaak liederen op het bord en pro beerde ons ook de notenbalken uit te leggen. Daarvoor leerden wij van hem transponeren, d.w.z. van notenbal ken afzingen met gebruik van de namen der cijfernoten. Daar heb ik mijn hele leven bar veel voordeel van gehad. Jan en ik waren daar enkele jaren tegelijk bij de muziek, zoals ook te zien is op een foto van een blaasensemble met achttien muzikanten.” Hij was al vijf jaar priesterstudent, toen hij tijdens een vakantie in Alkmaar voor het eerst het Weinachtsorato- rium van Bach hoorde. “Via broeder Gerardus heb ik in Uden het muziekwerk in Duitsland besteld. Voor 50 cent. Later heb ik veel uit dit oratorium laten zingen: op het noviciaat in Helvoirt en het grootseminarie in Teterin- gen. Weer later als leraar in Soesterberg, en in Mataloko op Flores, waar ik het helemaal - in ’t Indonesisch - heb laten zingen, met levende beelden erbij.” Na een baantje als knecht bij een oom in Heiloo, was hij vaders hulp op het land en vervolgens tweeëneenhalf jaar winkeliersknecht bij zijn oom Piet in de kruideniers zaak aan de Middenweg in Heerhugowaard. Daar begon hij samen met broer Gert, die er ook een tijdje werkte, “automatisch de cijfernoten van bekende Gregoriaanse gezangen te zingen, o.a. Adorote devote en Ave verum. Ik schreef bij een liedje dat ik moest zingen in een toneelstukje in het Patronaat zelf een melodie in cij- fernoten, mijn zogenaamde eerste compositie.” Op het zilveren huwelijksfeest van vader en moeder schreef hij voor zijn zussen Anne en Marie de melodie voor een lied je waarvan ze de wijs niet kenden. Drie maanden later, op 27 juli 1918, hij is dan vijftien, schrijft de piepjonge componist een brief aan pater Rector M. Geurts: “Met vreugde zie ik den dag reeds tegemoet, waarop ik naar Uden kan vertrekken om met mijne studiën te beginnen, bereid een offertje te brengen, hoe groot ze ook mogen wezen, als ik maar een goed Missionaris mag worden en vele heidenen voor ons H. geloof mag winnen.” In zijn tijd als o.m. leraar Nederlands in Soesterberg, 1931-1937, leidde hij een Gregoriaans koor en ook een meerstemmig koortje. Zelf speelde hij, al dirigerend met linker- of rechterarm, het harmonium: “Ook gaf ik zangles aan de eerste klas en probeerde deze ook notenbalken te leren lezen, cijfernoten en transponeren. Stelde kerstprogramma’s samen met eigen bewerkingen van Haydn, kerstspelen, toneeluitvoeringen en liederen.” Het was hem niet gauw te hoog gegrepen of het nu een uitvoering was van Vondels toneelstuk Altaargeheimnis- sen of een zelf bedachte humoristische operette-uitvoe- ring van Reinaert de Vos. Die Jahreszeiten van Haydn en Messiah van Handel.” Tijdens de erop volgende jaren van theologiestudie in Teteringen,1927-1931, zong hij in het meerstemmige koor van de fraters, dirigeerde hij en speelde harmonium en orgel. 22 .Familiefoto ter gelegenheid van de priesterwijding in 1931. Vlnr boven: Marie Laan, Gert Does, Marie Does, Cor Oudhuis, Sien Brink, Jaap Does. Vlnr midden: Tiny Schoon, Wil Does, Neeltje Bos, Cees van Diepen, onbekende priester, Toon Does, Betje Stet, Pé Does, Jo Does. Vlnr voor: Mien Beerse, Piet Does, moeder Anna Does-Zijp, Cor Does, onbekende priester, Trien Does, Jaap Groen veld. Familie-archief Gina van Dijk-Does.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Overhaal: historisch magazine Heerhugowaard | 2022 | | pagina 23