Op de vraag of ze wel eens last hadden van con
currentie, zegt Jan: “We waren allemaal collega’s. In
die tijd had men wel een bedrijf maar er was bijna nooit
een opvolger, ze wilden niet meer, en dat is nu nog zo.
Het werk was zwaar en de verdienste ach...
Ik vraag hem of hij een gelukkige jeugd heeft
gehad? “Ja, hoor”, zegt hij, “ik heb wel een paar vrien
dinnen gehad maar dat is niets geworden, mijn eerste
vriendin is nu ook weduwe. Haar man is al 8 jaar overle
den en ze woont nu in Jisp.”
Wat is er gebeurd met broer Siem, hij is al op
jonge leeftijd overleden?
“Siem is jong overleden, door een auto ongeval. Het
was winter en een gladde weg. De chauffeur die rijdt
vanaf Alkmaar raakte van de weg af. Siem zat voorin als
passagier, de achter passagier mankeerde niks. Siem was
de enige die overleden is. Hij is naar het ziekenhuis in
Alkmaar gebracht. Gerard was erbij en moeder wist toen
nog van niets.
Gerard en Siem waren altijd met elkaar, met vrienden en
zo. Ze hebben ook nog eens een waterfiets gebouwd, met
drijvers die je kon opblazen en een oude haakse slijper
met een schroef erop voor de voortstuwing. Hij kon nog
best hard hoor hier op de sloot.”
bij de metselaar vandaan. Er werd met de hand gezaaid
op de bedden. Na het zaaien werden met een regelhaal-
der netjes de regels opgezet en daarna met de schop een
padje van ongeveer 25 cm gemaakt.”
Witlof, een teelt van ome Piet Groenveld
“Als de aardappels uit de grond waren dan werden de
witlofplantjes van de zaaibedden gerooid. Dan werd het
loof eraf gestoken en hield je de pennen,
de witlofpennen, over. We hadden toen nog een rups
voertuigje. Daar lagen we met z’n tweeën achterop om
dan zo snel mogelijk de planten de grond in te krijgen.
Alles op het vlakke veld. Als het dan november was dan
rooiden wij alles en zetten ze in de kas, dan had hij de
kas vol met witlof. Door veredeling hadden ze soms
kroppen van een pond! Dat was niet verkeerd, vroeger
was een pond witlof best wat waard.”
Ik zeg: “maar het tuindersleven was zwaar”.
“Ja,” zegt Jan, “dat is zo.”
Jan privé
Ik vraag Jan: “je bent getrouwd met een Indone
sische, maar hoe heb je haar dan leren kennen?”
“Nou dat is een heel apart verhaal, ik ken dus een vrouw
die werkte hier denk ik al 20 jaar, we hadden toen nog
planten op watercultuur. Ze hielp dan met het opknap
pen van de bakjes en dat deed ze heel netjes. Die ging
met haar man naar Indonesië op vakantie, via haar heb
ben mijn vrouw en ik elkaar leren kennen.”
Leven de ouders van uw vrouw nog?
“Nee”, zegt Jan, “ze heeft drie zussen en een broer. We
zijn, dat we net getrouwd waren, alle jaren naar Indone
sië gegaan, maar ik heb het nu wel gezien, mijn vrouw
gaat zo regelmatig nog wel en dat is goed.
Het graf van haar vader en moeder ligt daar achter het
huis, dat kon daar.
Als je er nu heen wil met die corona dan moet je 8 dagen
in quarantaine in zo’n duur hotel, ze weten wel wat ze
doen hoor.”
En je moet nu toch minimaal een middelbare opleiding
hebben om een bedrijf voort te zetten of over te nemen.”
Sport
Ik vraag of ze in de familie ook aan sport deden,
via een vereniging?
“Nou, mijn oudste broer en de tweede, die zaten op tur
nen, daar heeft hij veel aan gedaan. Hij heeft toen nog in
het bestuur gezeten en later is hij nog jurylid geweest.”
“Dan had je een bed van ongeveer een meter breedte.
Zo kon je van elke kant een halve meter bewerken, muurt
en gras en ander onkruid als kruiskruid moesten worden
weggeplukt. Als je dan daarmee klaar was, kon je weer
van voren opnieuw beginnen. Dat was zo’n 100 a 150
roede. Het maximale dat we hadden was 300 roeden
anemonen. (700 roeden 1 bunder 100x100m)
De anemonen werden verhandeld via Jo Bakker
uit Obdam.”
Siem, Gerard en moeder in het midden. Sorteren van Irissen.
9