749 Had men op "glad ies" een "matje" (meisje) mogen trekken (het ging op de baan zoo, dat de meisjes een jongen vroegen en men telkens hoorde: "Jan of Kees of Klaas, wil je me eens trekke en als 't dan goed aanviel, en men werd nog 'n paar maal door 't zelfde meisje gevraagd, dan had men de "stikke" (boterham) verdiend en bracht 't meisje naar huis en bleef koffie-drinken. Dan had men in dien tijd ook de "spinningen", waar de jongelui nader met elkaar kennis maakten. Een meisje noodigde haar vriendinnen op de thee, en heel vroeger werd waarschijnlijk het spinnewiel meegenomen, maar 50 jaar geleden was dat niet meer het geval en had ieder een handwerkje. De jonge mannen bleken steeds te weten, waar zulk een spinning was, en 's avonds tegen tienen verschenen de heeren en plakten zich in den regel in een kring tegen de wand op de vloer neer, en al spoedig werd 't nu een wedijver om te dingen naar de gunst van de meisjes. Al spoedig konden ze merken bij wien 't weerglas op "mooi weer" stond; die geen kans had moest alleen afdruipen en de anderen hadden 't geluk 'n meisje naar huis te mogen brengen. Dat zijn nu verschillende gebruiken van de vroegere eilandbewoners, die thans geheel zijn weggevaagd (wordt vervolgd) VOLKSGENEESKUNST Alie van Kees Scheltus, die dezelfde is als Alie van Cor Koorn, deed als je "borstig" was een lapje met kaarsvet op je borst. Dit was geen kaars zoals wij nu gebruiken, maar een vetkaars. Dat vet droop er dan af op het lapje. En over het lapje moest een grote wollen doek en dan naar bed. Het werkte alleen 's nachts. W.E.A.van Tol

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 6