723 Ik weet nog goed dat mijn broertje er ook niet bij weg te slaan was. Hij had zijn zinnen gezet op een houten paard, dat op een plankje stond en op wieltjes. Je kon het dan duwen door middel van een handvat. Het paard had een staart van echt paardehaar. Hij moest en zou dat paard hebben. Uiteindelijk kreeg hij zijn zin en hij was er zo blij mee, hij had geen behoefte meer aan de kermis. We gaan nog even door met ons kermisrondje Op naar de schommelschuitjes. Die stonder toendertijd op de plaats waar tegenwoordig de autoscooters staan. Daarnaast was een kinderdraaimolen met mooie paarden erop. Het eerste jaar dat ik als kind naar de kermis ging, liep er binnen in de draaimolen een paard en die zorgde ervoor dat de draaimolen in de rondte ging. Tegenover de draaimolen stond ook een uitstalling van speelgoed. De man die daar zijn koopwaar uitstalde heette "Egeltje". Hij had een klein winkeltje, maar voor kinderen was er veel koopwaar en niet duur.B.v. een gekleurd papieren balletje met een elastiekje eraan, ratels en verder van alles wat in kinderogen begeerlijk was. Meestal mochten we van onze ouders hier wat uitzoeken. Het mocht niet te duur zijn, want in die tijd beschikte men over weinig geld. Mijn vader viste in die tijd op wier. Dat moest dan in zee worden gemaaid. Na het maaien werd het in netten uit zee gevist, daarna gedroogd en geperst. Als dat karwei klaar was, kon men tegen de tijd van de Wieringer kermis geld ontvangen voor het geleverde wier. Zodoende had je tegen kermistijd weer wat geld om handen. Ab tont Sz.Trijntje Ploeger 1897-1972,Marie Klaassen, Cornelia Lont 1925

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 8