734 Op een gegeven moment maakte de gemeente Oudenbosch bekend dat er werk was op Wieringen. Ze zijn met de hele familie gekomen, vader,moeder en 2 kinderen. Ze hebben eerst 6 weken in Medemblik gewoond en daarna in een keet op de Oude Zeug. In de strenge winter van 1929 zijn ze met sleeën over het ijs op Wieringen gekomen. Later woonden ze in een grote keet op de Afsluitdijk, die toen nog in aanbouw was. Vader Janssen was putbaas geworden. Het waren grote keten en de familie woonde in zo'n grote keet, want ze hadden 20 kostgangers. van links naar rechts: Jan de Wit, vader van AnnakostgangerAnna Janssen-de Wit zoontje Jan Janssen, Adriaan Janssen. De andere mannen zijn Sliedrechters In de keet was een lange gang en aan weerskanten stonden 10 ledikanten. Er was een eetzaal met een grote ronde kachel. Het waren merendeels Brabanders, ook familie, ooms en neven. Moeder Janssen moest elke dag koken voor 25 mensen. Later kwam er ook nog een nicht helpen, want de bedden moesten worden verschoond, de eetzaal schoongemaakt. Kleren moesten gewassen worden, ook de kleren van de broers van vader Er was ook een familielid die ze Flap noemden. Hij ging met een grote ketel met koffie langs het werkvolk.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 19