709 Art. 9 Deze lichten worden gecalcuteerd nagenoeg te moeten branden, van 20 november tot 20 january 15 uren. van 20 october tot 20 november en van 20 january tot 20 february 13 uren. van 20 september tot 20 october en van 20 february tot 20 maart 11 uren. van 20 augustus tot 20 september en van 20 maart tot 20 april 9 uren. van 20 july tot 20 augustus en van 20 april tot 20 mey 7 uren. en van 20 mey tot 20 juky 5 uren. Doch bij donker en stormachtige nachten zullen deze lichten tot voorkoming van ongelukken liever vroeger ontstoken en langer brandend gehouden worden dan bij deeze bepaald wordt. Art.10 Zoo ook de lampglazen en ruiten der lantaarns behoorlijk van binnen en buiten te lappen en schoon te maken op dat alles de in deeze zoo hoog noodzakelijke zuiverheid bekomen.Zullen hem van wege de Directie de zeemeleeren lappen, linnen doeken en sponzen, zoo ook eenige takkebossen tot het koken van water tot reiniging deeze lampen en andere gereedschappen verstrekt worden. Art.11 Bij koud weder wanneer hij vreest dat de patent oly niet vloeybaar genoegzaam wezen zoude om de lichten helder te doen branden - zal hij een uur voor de ontsteking der lampen een pot geglomme turven, dewelke hem vanwege de Directie verstrekt zullen worden in de lantaarn moeten plaatsen om meerdere warmte in dezelve te brengen en zal hij de lampen bij hem aan huis tot de tijd der ontsteking kunnen laten verblijven indien hij dat dienstig oordeeldt. Art.12 Bij besloten water en toe Zee, wanneer er geen scheepvaart plaats heeft behoeve deeze vuure niet verligt te worden. Doch hij zal zorgen dat bij de minstte mogelijkheid van scheepvaart de lantaarns dadelijk van het nodige weder voorzien en de lichten weder ontstoken worden. Art.13 De stoker zal gehouden weezen deeze zijne werkzaamheden zelf en met de grootste nauwkeurigheid te verrigten en bij ziekte of anderzins een ander bekwaam en nugtere persoon, voor welke hij verantwoordelijk blijft ter waarneming zijner werkzaamheden daar te stellen.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 27