708 LANTAARNOPSTEKERS OP VIERINGEN Ook in 1823 werden de zaken kennelijk degelijk aangepakt. Voor de lantaarnopsteker kwam een uitgebreide instructie hoe hij moest handelen. Deze instructie bestaat uit 16 artikelen en is opgemaakt door de Kapitein ter Zee H.T.Ortt, die is belast met het opzicht van het loodswezen in het Noorderdepartement De instructie is getekend op 2 januari 1823 en goedgekeurd op 14 januari door de Minister van Marine Van der Hoop. Hier volgen enige verkorte artikelen van de instructie. Art.l Hij zal onder zijn opzicht en verantwoording hebben de beide op het gemelde Eiland opderigte Lantaarnpalen en lantaarns en alles wat daartoe behoordt. Ook zal hij bij het minstte gebrek of bekomen ongeluk aan deze verlichting dadelijk daarvan moeten rapporteren aan de Intendant der Quarantaineplaats op het Eiland. Art. 5 Hij zal mede gehouden weezen bij afloop van elk quartaal des Jaars en dat met de 5e der maand April, July,October en January aan de voornoemde Kapitein ter Zee in tezende specifique en nauwkeurige verantwoordingen van alle ontfangen gebruikte en overblijvende Articulen. Teneinde deeze die lijsten aan het Miniterie zal kunnen doen toekomen. Art. 7 Op dat deze lichten zonder fout alle nachten behoorlijk zoude kunnen verlicht worden en geen gebrek van voorraad dit beletten zouden, zal hij zorgen dat des zomers ten minste voor de tijd van een maand en in het najaar voor ten minstte twee maanden van alle benodigdheden voorzien is. En zal hij daartoe altijd en tijds aan den Kapitein ter Zee belast met het opzigt over het Loodswezen en Verlichting in het Noorder Departement der Marine, een behoorlijke aanvraag moeten doen. Art. 8 Deze lichten zullen des avonds een half uur na zonsondergang ontstoken worden en helder brandend gehouden worden tot 's morgens een half uur voor zonsopgang. Hiertoe zal hij gehouden wezen ten minste drie maal gedurende de lange en twee maal in de korte nachten naar en in de lantaarn te gaan om de pitten te snuyten en op te draayen, de glazen ruiten der lantaarns aan de binnen en buitenkant af te veegen en acht te geven of de lantaarn ook te veel of te weinig lucht heeft en daarin zooveel mogelijk voorzien en verder zorgen dat alles in behoorlijke order is. ^£5}C5jC5{C^C5jC5{C5jc»{C5{C5{C^C5fC5jCJ{C^C5jC5jC3{C^C3jJ5jC5jC3}« Sft S}ï 5jc 5jc 5jc

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 26