652 Maar bij 1t tweede huis rechts willen we even stilstaan. Het verschilt niets bij de anderen, maar toch is dit het eenige waar men postzaken kan afhandelen. Het staat er wel niet op, maar de Oevenaren weten het, hier bij Mayert ^al is de postbode Siemen Bruul in de kost. Hier kun je postzegels koopen, n postwissel aanbieden enz.Aan een eigenlijk postkantoor denkt men niet, is ook nog geen behoefte. Men treedt een lange ouderwetse gang binnen en in een ziikamertje wordt de zaak onder een aangenaam nieuwtje van den dag in orde gemaakt, terwijl Siemen ook nog tijd heeft onderwijl te repareeren aan 'n klok of horloge, want dat vak beoefent hij er nog bijt Laten we even zeggen dat hij 't niet zoo gemakkelijk had, als t zich liet aanzien, want 's morgens 4 uur, weer of geen weer ging hij van durp^ (Hippolytushoef), wandelende naar Den Oever en dan weer terug met z n brieven, opdat ze tijdig met het postjacht van Jan Baijs mee naar de vaste wal konden. Later had Siemen als een der eersten een fiets, maar niet op luchtbanden en ieder gaapte hem aan, als hij daar met opgestroopte broek op dat vreemdsoortig ding met twee wielen te Den Oever kwam aansnorren. Nu als rustend kantoorhouder zal hij daar nog wel eens aan denken en mompelen:" Het waren toch gelukkige jonge jaren." Daarnaast woonde de eenige schilder Kobus Bakker (ter betere orienteering door de Oeverschen Kobus van Jan van Kaatje genoemd) typisch klein en bewegelijk, die des zomers voor dag en dauw met 't juk op de schouders, waar aan de manden met verfpotten hingen, de boer op ging. 't Merkwaardige was, dat de schilders en timmerlui als ze bij de boeren werkten, daar ook waren te gast; dat was een stilzwijgende gewoonte. Dan hadden we aan dezelfde kant de winkel van Evert, die evenals zijn broer Maarten een ezelenkar had en even verder de manufacturenwinkel van Reintje. Aan de overkant van de straat was Kees Lont, de schoenmaker, 't kleine kalkenpijpen winkeltje van Mostert en de kruideniers— en turfhandel van Lammert, waarvan men zei, dat hij er warmpjes bij zat, ja niet bij de warme turf, maar bij de gouden Willempjes. Aan 't eind van de straat, naast de Kapel was dan 't café van Pietertje, bij haar klanten meer bekend als Peet. 's Zondagsavonds hoorde je altoos: "Jonges, weer zelle we 'n partijtje biljarte; bij Peet of bij Mayert wordt vervolgd. VAN ZUIDERZEE TOT WADDENZEE door Jan T.Bremer De 19e eeuwse schoolmeester F.Allan, die in 1855 een boekje over Wieringen publiceerde, noemt Wieringen "het grootste de Zuiderzee eilanden Wie het in 1847 verschenen 12e deel van het bekende Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa opslaat en kijkt onder het trefwoord Wieringen zal daar eveneens lezen: eiland in de Zuiderzee

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 21