650 Maar soms moest Dirk ook nog even boodschappen doen als er een winkeltje in de buurt van de sluis was; dan kwam er van uitrusten niet veel terecht. Scheepsjager zijn was nog een hele kunst met die lange lijnen, vooral om de bocht. Dan was er een rol waar de lijnen omheen moesten. In Pekela is nog zo'n rol. Ze voeren in die tijd vaak turf voor de strokartonfabrieken. Er stonden er wel 7 of 8 en de schepen met turf kwamen dan in een rij voor de fabrieken. Het water in die vaarten was zwart als inkt en stonk enorm. Ze voeren ook naar Harlingen, daar kwamen de "Hull"-boten aan met steenkool. Ze voeren dan heen met steenkool en terug met papier. Toen Dirk 14 jaar was, ging hij bij een baas werken, een turfschipper. Hij had een opslagplaats in Lippenhuizen. Hij is een paar jaar bij die baas geweest, sliep voorin alleen en liep verder de hele dag met leidsels in de hand naast het paard - een ket- een klein paardje. In diezelfde tijd - 1930 - ging zijn vader met zijn schip naar Wieringen en vervoerde slakkenzand van de hoogovens naar De Haukes voor de fietspaden in de Wieringermeerdie net droog gevallen was. Dirk, die nog scheepsjager in Friesland was, kreeg heimwee en wilde graag naar huis. Hij ging met de boot van Harlingen naar Den Oever, toen met de bus naar De Haukes, waar het schip van zijn ouders lag. Hij is op Wieringen gebleven, ging werken bij de HeidemijHij was 18 jaar en ging elke dag op de fiets naar de Wieringermeer. Het was heel zwaar werk. Werkers in de Wieringermeer

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1995 | | pagina 19