590 Dienst der Zuiderzeewerken: ingesteld 1 mei 1919. Leiding: Directeur-Generaal Dr.Ir.H.Wortman. Zuiderzeesteunwet tot stand gekomen 29 juni 1925. Zuiderzeevissers en andere personen, die schade ondervinden van de afsluiting van de Zuiderzee, moeten zelf zoveel mogelijk zorgen deze schade te boven te komen. Het rijk is hen zonodig behulpzaam met b.v.: a.onderwijs en omscholing b.maatregelen ter verkrijging van een andere werkkring c.credietverlening voor ev.ander bedrijf d.ondersteuning tot levensonderhoud. VóóR 'N HALVE EEUW. HET EILAND WIERINGEN Den Oever V (vervolg op 6e jrg.nr.l bl.507) Wij eindigden de vorige maal met te wijzen op de ruilhandel tusschen winkelier en boer en we kunnen ons nauwelijks indenken hoe deze situatie zich in een tijdsbestek van een halve eeuw volkomen heeft gewijzigd. Toen hier de kaasfabrieken kwamen moest de boerin alleen nog maar de ondermelk verwerken; nadien moesten jammer genoeg de plaatselijke fabrieken worden opgeheven en werd alle volle zoete melk opgehaald en de boerin werd, wat haar productief werk betreft, uitgeschakeld. Het is zeker, dat uit financieel oogpunt 't thans beter is, maar we mogen niet vergeten, dat de trotsch der boerinnen, de door haar zelf gefabriceerde kaas en boter, daarmede teloor is gegaan. Ja, het was een onderlinge wedijver wie de fijnste producten maakte, de winkelier wist 't precies, en op de tentoonstellingen werd een en ander met kennersblik gemonsterd. En wie^herinnert zich niet de kaaspers, en het helblauw geschilderde vaatwerk in 't "achterhuus" of "uutlid" van de boerderij.Het is alles voorbij Ook de ruilhandel voor de winkelier, en dat was een belangrijk punt, want met kennis van zaken in de boter en kaas, was dit voor hem eem winstobject, waarbij 't mes van twee kanten kon snijden, is daarbij geheel verdwenen. Trouwens de geheele gemoedelijkheid in 't zakenleven, zooals men het in die dagen gewoon was, is voorbij. Gemoedelijkheid."- het is bijna een legendarisch woord, vooral in het bedrijfsleven. Het zijn thans winkelpaleizen, vanwaar gejakkerd en gejaagd moet worden per auto of motorbakfiets naar de klant, een geweldige concurrentiestrijd. Wat een verschil bij den tijd van de ezelenkar.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1994 | | pagina 15