300 ook het hek opgenomen Hij antwoordde bevestigend en toonde de tekening van een ijzeren hek op steenen rollaag met mooije poort, dat hij op f 275,- begrootte. Op de vraag of de oude ramen konden worden gebruikt werd ontken nend geantwoord. Of de regenwaterbak kon worden behouden, antwoordde hij ook ontkennend, omdat daar ter plaatse een kelder moest zijn. Voorts werd hem gevraagd of in die begrooting ook de opzichter begrepen was, waarop hij mede ontkennend antwoordde en diens loon schatte op f 270,-, terwijl hij zijn eigen loon op f 200,- begrootte en als hij hier dikwijls moest komen de reiskosten voor onze rekening zouden zijn. Na die inlichtingen verstrekt te hebben vertrok de heer Sevenhuisen en beraadslaagde de vergadering nog verder over de voortgang van het werk. De leeraar drong aan op voortgang, daar uw alle talmen schade zouden zijn daar een aanbesteding in 't voorjaar duurder wordt dan in de winter.Hij werd daarin gesteund door Nan Lont,doch de andere drie leden konden nog niet besluiten, moesten nog eens over de zaak nadenken. Alzoo werd besloten nog tot Nieuwjaar de zaak uit te stellen om dan voorgoed te beslissen. 10 Januari 1888: heden had alhier des avonds om zeven uur in de pastorie vergadering der kerkeraad plaats. Allen waren aanwezig behalve Nan Lont. In deze vergadering werd besloten aan den heer Sevenhuizen te schrijven dat hij nu voort kon gaan met het opmaken van zijn bestek voor de bouw der nieu we pastorie, maar daarbij op de volgende zaken had te letten: a. het ijzeren hek vervalt en daarvoor komt in de plaats een ijzeren hekje vóór van circa 6 m. met een eenvoudig deurtje; voorts een houten traliehek, zonder rollaag van goed hout en met flinke eiken palen. b. de vier stookplaatsen boven vervallen vanwege de belasting. c. de put en waterbak blijven en de kelder komt onder de voorkamer regts. d. van de oude ramen moeten nog vier gebruikt worden, één in de keuken en drie achterhoven. e. de boet wordt gemaakt van oude materialen. Het raam van de boet vervalt en daarvoor komt de glazen achterdeur van 't oude huis. De voordeur van het oude huis wordt gebruikt als ingang van den turfboet. 13 Maart 1888: hedenavond om zeven uur had wederom in de pastorie alhier kerkeraadsvergadering plaats, waarbij allen tegenwoordig waren. Den 9e Maart had de aanbesteding der nieuwe pastorie plaats gehad en was de laagste inschrijver f 5776,- eene solied firma van den Helder. De laatste begroting was f 5370,-, zoodat deze laagste inschrijver f 400,- boven de begroting was. Toen de kerkeraad na de aanbesteding nog eenige ogenblikken bijeen waren, bleek de geest der diakenen te zijn de bouw niet te doen doorgaan. De leeraar stelde voor zich nog eerst tot Prof.de Hoop Scheffer te wenden en hem om meerdere hulp te vragen doch ook dit werd afge wezen. De schrik was de diakenen in het hart geslagen, men vreesde door dezen bouw in finantieelen nood te geraken. Tenslotte werd bepaald er Zondag nog nader over te spreken. Inmiddels was de leeraar gaan raadplegen met den Notaris over de geldelijke aangelegenheden. De notaris meende dat men 't best deed een der stukken van 't grootboek te verkoopen daar die slechts 3,5 rente opbrachten. De leeraar meende dat dit niet kon, terwijl er hier op Wieringen zoo veel geld stond op losse obligaties mocht men het vaste geld niet aanspreken. De notaris stelde toen voor den bouw der pastorie aan Jan Lont te gunnen, die slechts f 20,- boven den laagste inschrijver was gebleven, onder de vol gende voorwaarden: hij zou de f 2000,- subsidie dadelijk ontvangen maar het overige geld zou hem in den tijd van vijf jaren worden afbetaald en die be taling zou dan geschieden door langzaam de betaling der obligaties te vra-

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1992 | | pagina 30