289 het zendingsbevel" naar het evangelie van Mattheus hoofdstuk 28 vers 19) Gaat dan heen, maak al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat ik u bevolen heb." Een directe verbinding tussen zendingsopdracht en doopbevel dus, een nodiging naar voren te komen en te knielen en gebed. die gewijden stoel zal wel een dichterlijke vrijheid van Wigbout zijn Een achttal vragen, met duidelijke verwijzing naar de apostolische geloofs belijdenis gaat aan de doop vooraf. Handdruk en welkomstwoord men is immers toegetreden tot de gemeente worden gegeven. De toespraak tot de nieuw ge- doopten en tot de vroeger reeds gedoopten en de nog ongedoopten wordt af gesloten met dankgebed en zegen. Van Ds.Adam Pol staat over diens achtjarig verblijf op Wieringen met betrek king tot de doop nog geschreven: Zo bragt gij een getal van zes en veertig sterk- Na ruim acht jaren tijds tot leden van Uw kerk." In de kleine doopsgezinde gemeente van Wieringen in totaal ongeveer 200 zielen traden er dus jaarlijks gemiddeld zes volwassen geworden leden toe. De opvolger van A.Pol was W.van der Hoek, leraar te Grouw. De jaarwedde werd nu weer op f 650,- en het aantal vrijbeurten op zes gebracht, maar in 1821 met het gebruik van een stuk land en twintig ton turf verhoogd, toen hij voor een beroep naar Terschelling bedankt had. Twee jaar later evenwel nam hij de uitnodiging van de gemeente te Kromwal aan. Zijn intreerede op 6 juni 1819 had tot tekst Psalm XXXIII:8, zijn afscheidsrede op 26 oktober 1823 1 Joh.II:8a. Nadat Ds.Venema van Aalsmeer tevergeefs was aangezocht, werd de vacature ver vuld door de overkomst van Ds.N.Pott van Warns, die, na de koninklijke goed keuring nu nodig omdat de gemeente subsidie van 't rijk trok verkregen te hebben, de 18e maart 1824 zijn intrede deed met de leerrede over Tit.II: 11-14. De beroepsbrief luidde nu op f 700,- jaarwedde, vrije pastorie en tuin, gebruik van 25 snees land, 30 ton turf en zes vrijbeurten. Deze leraar bleef hier tot 1868, dus 44 jaar.Ds.Pottwil dan graag ontslagen worden in verband met zijn vergevorderde leeftijd. Hij diende daartoe een verzoek in bij Zijne Majesteit de Koning, die hem eervol ontsloeg met toekenning van een emeritaat-pensioen van f 600,-. Er doet zich nog een predikantenprobleempje voor in 1883. Ds.Blaauw is na een kortstondige en hevige ziekte overleden. Een zekere heer Vogel uit Hoorn heeft gevraagd of hij een predikbeurt mag vervullen op Wieringen. De consu lent raadt de kerkeraad echter aan zich niet in te laten met deze heer "aan gezien hij geen gunstige berichten omtrent dien persoon had ingewonnen, dat deze een mislukte timmermansknecht was, voor catechisatiemeester leerde en geen radikaal van proponent bij eenig kerkgenootschap bezit." WOORDDIENST We zagen reeds dat volgens de mededeling van E.Wognum de opbouw van de dienst als volgt was: na voorgezang en gebed door een der broederen een predikatie voorlezen, en daarop werd met gebed of dankzegging en nazang be sloten." Uit een aantekening van 6 juni 1728, waarbij vermeld wordt, dat de Alkmaarse

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1992 | | pagina 19