280 KWEEKSCHOOL TE AMSTERDAM Al in 1680 was de Amsterdamse leraar Galenus Abrahamsz.de Haan, van beroep arts, met een vorm van opleiding begonnen. Bij de dood van Galenus de Haan in 1706 kwam er een eind aan deze opleiding; een aantal doopsgezinde stu denten gingen verder met hun studie aan het Remonstrantse Seminari te Amster dam. Uiteraard gaf dit spanningen en - na veel geharrewar bij pogingen ook andere gemeenten er in te betrekken - neemt de doopsgezinde gemeente van Amsterdam in 1735 de opleiding weer zelf ter hand. De leraar in de Amster damse gemeente was tevens hoogleraar aan de kweekschool" De studenten moesten zich bekwamen in latijn, grieks en hebreeuws, teneinde de bijbel te kunnen lezen en uitleggen. Daarnaast was kennis van de oude geloofsbelijdenissen en zedeleer belangrijk. De praktische vorming bestond uit goed - leren - preken. Pas in de vorige eeuw ging men ook de zielzorg als specifieke taak voor de predikant zien. Pas in 1811, bij de oprichting van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, werd de opleiding van predikanten aan de Amsterdamse kweekschool een zaak voor alle aangesloten gemeenten. ■1 ~4T' Ds.J.N.Wiersma 1886 - 1894

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1992 | | pagina 10