VAN BOK OP JASPER Van bok op Jasper springen is een oud gezegde, dat men, ook op Wieringen nog wel eens kan beluisteren. Gissend naar de oorsprong, kwam het mij voor, dat dit mogelijk was ontstaan door tijdens een gesprek van het onderwerp bok ineens op dat van z'n baas Jasper over te gaan. Volgens het Westfries woordenboek van Jan Pannekeet zou de^oorsprong^verband^ houden met een paar molens in de Zaanstreek, die de namen Bok" en Jasper droegen. Dit was voor mij de aanleiding om de heer Pannekeet eens te vragen naar de herkomst van het gezegde een reis op skille" een reis met een om weg). Vermoedelijk is dit een specifieke Wieringer uitdrukking, want de.ver maarde kenner van het Westfries had er nooit van gehoord. Voor een verklaring zou men kunnen denken aan het uit de koers raken door het uitglijden over schillen. Het zou ook kunnen, dat er van oorsprong een reis naar Oudeschild mee bedoeld werd. Evenals op Texel werd Oudeschild op Wieringen ook wel Skil genoemdOm nu vanaf Wieringen deze plaats aan te doen moest men in verband met geulen, getijdestroom en wind dikwijls een om- - weg maken. Ook de uitdrukking op skroaiers hoek staan" zich strategisch opstellen om iets gade te slaan of af te luisteren) was hem in het Westfries onbekend. Gelet op de ei-klank, die in het Wierings dikwijls als oai wordt uitgespro ken, zei ik aan dezelfde oorsprong te denken, waaraan ook de Schreierstoren in Amsterdam haar naam zou hebben ontleend. Die toren aan het IJ staat n.l. ook op een hoek, waar men samenkwam om de uitvarende schepen gade te slaan. Een paar dagen later belde de heer Pannekeet mij op met de mededeling, dat j.de Wit over het gezegde iets had geschreven in jaargang 1949 van het his torisch tijdschrift De Speelwagen". Op blz. 313 vermeldt de oud-Stroeer hierover het volgende: -" De Middeleeuwse Amsterdammers noemden de plek, nog voor de toren er stond Schraye hoek" en bedoelden daarmee een hoek of vooruitspringend deel van het landdat naar voren toe steeds smaller werd Een blik op de kaart laat zien, dat de Schraye hoek die betiteling verdiende." Aldus las ik dezer dagen nog eens in het aardige, voor de oorlog verschenen boekje Amsterdam van toen en nu van Vaz Dias en Hartog. En daarbij schoot mij ineens te binnen, hoe ik in mijn jeugd op het eiland Wieringen herhaaldelijk van een nieuwsgierig mens hoorde zeggen: Hij zij staat weer op Schrayershoek".( in het Wieringer dialect "skroiershoek Blijkbaar is deze uitdrukking taalkundig nauw verwant aan de naam van de Amsterdamse toren. Het volgende gezegde klamp over korf löpe" het over de hand lopen klonk de heer Pannekeet iets bekender in de oren, maar hij wist ook de her komst niet te verklaren. Mogelijk moeten we hier bij het woord korf niet aan een mand, maar aan een rib, in hout of spant van een vaartuig gaan denken. In die richting zou het misschien bedoeld kunnen zijn om in kritieke situa ties een körf (spant) of zelfs een geheel ander voorwerp, dat korfd ge spleten) is, in allerijl van een klamp te voorzien. Wie het weet, mag het zeggen en van bok op Jasper" springend nu een.... Limerick: Een oud-skuutman an De Noever zei:" Ik bin een visfijnproever want ik proef zellefs 't verskil in vis of ze an bak- of stuurboord vange is". Och, z'n vaar was ok zö'n snoever. August Pruimboom

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Op de Hòògte | 1989 | | pagina 5