24 molens. Voor het gemaal en ook weer voor de drie molens kwam voor 21,87^ (elk) aan petroleum op de rekening, ten behoe ve van de interne verlichting. De post timmerwerk aan het gemaal kwam op totaal 326,782". Ook de molens hadden hun post timmerwerk.De Westermolen ten bedrage van 322,01; de Knevelaar 298,66 en de Havik 283,86. Voor onderhoud van het riet aan de molens werd drie keer 12 betaald aan rietdekker J.Vergay. Voor zeilen aan de Knevelaar 90,95; aan de Havik 103,35 en aan de Westermolen 78,10. Aan touwwerk respectievelijk 14,35, 28,83 en 4,40. Voor elke molen aan reuzel ƒ9,37). Reuzel diende ter smering van de molenas. Dit zijn dan een aantal uitgaven die samenhangen met het be staan en gebruik van stoomgemaal en molens ten dienste van de peilbe.heersing in de Eilandspolder. Ze duiden op een we reldvan verschil met de huidige volautomatische elektrische bemaling. De cijfers komen ons bijna sensationeel voor, maar in 1915 betekenden ze gewoon een greep uit de totale rekening van baten en lasten om het hoofd èn het land boven water te kunnen houden. Jan Blaauw De "Vermaning" te Oost-Graftdijk, die dit jaar op de provin ciale Monumentenlijst werd geplaatst.Meer daarover in de vol gende "C'nronvke'1.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Een Nieuwe Chronyke van het Schermereiland | 1991 | | pagina 26