12 watermolenaar met 10 koeien, 5 vaarzen, 1 paard en 2 schapen, maar de andere 6 hadden samen 15 koeien, 6 vaarzen en 7 schapen. In totaal anno 1841 dus 1108 koeien, 472 vaarzen, 854 schapen en 110 paarden, gehouden door 106 personen. De oppervlakte van de gemeente Zuid- en Noord-Schermer be droeg 1375 ha landbouwgrond, 51 ha dijken wegen en molenerven 247 ha water en 135 ha niet tot de landbouw behorend land (dorpen) In 1866 werd een lijst geproduceerd met namen en de daarbij behorende hoeveelheid land. Deze lijst vermeldt: 1 bedrijf met minder dan 3 ha (2.45 ha^ 11 bedrijven met 3-6 ha (45.40 15 bedrijven met 6-10 ha (114.26 21 bedrijven met 10-20 ha (290.39 30 bedrijven met 20-30 ha (717.33 6 bedrijven boven 30 ha (204.60 Alzo totaal 1374.43 ha. In 1876 werden 108 personen met vermeld en wel als volgt: 38 met minder dan 5 koeien 19 met 6 tot 10 koeien koeien en/of schapen 26 met 11 tot 15 koeien 19 met 16 tot 20 koeien 4 met 21 tot 25 koeien 1 met 25 tot 30 koeien 1 met meer dan 30 koeien Alzo totaal (114 koeien en 151 schapen) (160 koeien en 469 schapen) (348 koeien en 1218 schapen) (337 koeien en 1172 schapen) 92 koeien en 204 schapen) 25 koeien en 28 schapen) 34 koeien en 38 schapen) 1110 koeien en 3280 schapen. Opvallend is dat in 1876 veelvuldig de naam Kieft voorkomt in de lijst van deze landbouwtelling: D.Kieft op Grootscher mer no 2, J.Kieft op no.3 L.Kieft op no.3a, P.Kieft Jans- zoon op 21, wed.D.Kieft op 31, J.Kieft op 47 en nóg een op no.47. Het zijn echter niet alleen deze 2 Kieften op no 47, maar er volgen er nog zeven, allemaal met eigen huisnum mer van 47a tot en met 47i. Tegelijkertijd woonden op nummer 48 ook 6 personen en op nummer 49 nog eens 5. Alzo op de nummers 47 tot en 49 totaal 20 personen. Zij hadden tesamen 11 koeien en 3 schapen. Kan het zijn dat we hier te maken hebben met (diaconie-)woningen voor ouderen? Op Grootschermer 75a woonde nog J.Kieft Simonszoon.Echter niet alleen de Kieften waren veel in getal. De familienaam

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Een Nieuwe Chronyke van het Schermereiland | 1991 | | pagina 14