14 Dronken HopDie.'n Swiebertje in Noord-Holland m veel voldoening. Over onze verdere bevindingen hopen we nog nader te berichten. Intussen houden we ons gaarne aan bevolen voor uw hulp bij het archiefonderzoek, het restau reren en tekenen. Jan Vos en Pim Terpstra Tijdens de opening van de tentoonstelling van de zeekaarten e. d. in Het Walhuis, vorig jaar, beloofde ik een artikeltje te schrijven over Cornelis Hop. Wel, hier is het dan. De Cornelis Hop, die ik bedoelde, was een soort Swiebertje- figuur: zwerver, bedelaar, drinkebroer, zanger en liedjes- maker. Kortom, als Hop in de buurt was, gebeurde er al tijd wel wat. Hij sliep vaak in hooibergen. In Oost-Graftdijk is hij een paar keer bijna aan de hooivork gestoken, door Muus de Jongh en door Reindert van Tiel. Grote schrik was het, als hij s morgens, bij de nadering van de eigenaar var. van de hooiberg, overeind vloog met een schreeuw "aboe. Hoppie.'" Vaak ook werden, als bewijs van zijn nachtelijke aanwezigheid, s morgens lege eierdoppen in de hooiberg gevonden. Dan wist men: Hoppie is er weer geweest. Als hij dronken was - geen zeldzaamheid overigens - riepen de kinderen hem na: "Hoppie, met je dronken koppie". In de winter was hij meestal in de Hoornse "Krententuin" om een straf uit te zitten, wegens bedelarij. "Ik bedel niet", zei hij tegen de politie. "Ik zeg enkel:hier is Hop. En dan krijg ik een cent. In de rechtzaal werd eens zijn naam afgeroenen: "Cornelis Hop". "Om jouw hals de strop", repliceerde Hop meteen. De par ketwachter die hem binnen bracht, gaf hem een grote mond. "Heb jij maar niet zoveel praatjes", zei Hop tegen hem. "Want jij bent ook maar een verlopen bakker uit Tuitjenhorn Hop kende namelijk veel mensen in heel Noord-Holland. Aan het "Verloren Einde" te Spijkerboor woonde David Koningsdaal met zijn vrouw Trijntje. Zij dreven daar een café'tje en een winkeltje, op de plaats waar nu "De Rietpol" is gevestigd. Doordeweeks werkte David "bij het rijk", aan de boorden van het kanaal. Als er sterk ijs was, stonden

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Een Nieuwe Chronyke van het Schermereiland | 1989 | | pagina 16