106 VAN AANNEMERS EN MOLENAARS. Vervolg van blz.93. Bleek uil hun deelname in de werkzaamheden van de commissie inzake het onvrij territoir reeds hun betrokkenheid bij het welzijn van hun stad, meer nog kwam dat tot uiting bij Joh. Stephanus. Na op 19 augustus 1851 te zijn genaturaliseerd tot Nederlander stelde hij zich tot kandidaat voor de gemeen teraad waarin hij van 1852 tot 1877 zitting had. Vanzelf sprekend had hij als zodanig zitting in de Commissie voor onderhoudswerken. Nadat hij op 14 maart 1890 was overleden bood zijn schoonzuster, de wed. C.Janzen-Meijer, wonende aan de Hoofdgracht nr 61, per advertentie in IMt Vliegend Blaadje" vijftig percelen bouwterrein te koop aan. In februari 1863 waren de beide firmanten besloten de firma "voor zoveel betreft het aannemen van werken en de timmer— affaire" te doen eindigen "terwijl de meel- en trasmolen" De mendrachtalsmede de houtzaagmolen "De Goede Verwagting" voor gezamenlijke rekening onder de firma "Birma Gebroeders Janzen" zou worden gecontinueerd. Reeds vóór 1863 was de molen "De Eendragt" geschikt gemaakt voor het malen van graan. De oudste zoon van Joh.Stephanus Bernard Janzen, was molenaar en graanhandelaar en huwde in 1862 Johanna Rosalia Smit uit Kapelle in Overijssel. Omstreeks 1870 vroeg hij vergunning om de molen te mogen uitrusten met een poets en builmachine ten einde haar nog beter aan haar taak te doen beantwoorden. Nadat in januari 1879 de korenmolen "Het Portuin" van de heer Waldemayer door brand was verwoest en laatstgenoemde de in Amsterdam nabij de Haarlemmerpoort gestaan hebbende molen "De Kraai" had gekocht om in de plaats van "Het Portuin" weer op te bouwen, wist Bernard Janzen met steun van bakker Jacob Buchele de in staat van afbraak verkerende molen "De Kraai" te kopen. Bovendien kwam hij met de heer Waldemayer overeen "de koornmaalderij nimmer te dezer plaatse te zullen uitoefenen, noch op eigen naam noch op naam van anderen, en evenmin eene koornmaalderij alhier te stichten of daarin behulpzaam of werk zaam te zijn, terwijl de verkoper tevens verklaart geheel e n onvoorwaardelijk afstand te doen van de gehele clientele aan zijne vroegere en sedert afgebrande koornmaalderij verbonden geweest en die clientele bij deze ten volle aan de koper af te staan.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Levend Verleden | 1990 | | pagina 8