54 gevolge zou kunnen hebben en waarbij de burgery het kind van de rekening zou worden, gaf hij balsturige Nederlanders nogmaals de kans om de dienst te ver laten door vrygevigheid met paspoorten. Nog waren er die twijfelden, doch toen op 28 november 1813 een jacht onder de prinsenvlag een eerste sommatie gaf tot de overgave, kwamen overal de oranjelinten uit de scheepskisten te voor schijn en verlieten vrijwel allen de vesting. Slechts een handjevol Fransen, 60 officieren en 745 manschappen, bleven in de stelling achter en na de forten Falga en 1'Ecluse te hebben opgeblazen sloot Ver ïïuell zich met hen op in de forten Morland en La Salie. Op 7 december 1813 sloot een leger van Nederlandse dienstplichtigen en Russise troepen onder commando van generaal De Jonge de stelling van Den Helder in. Begin december van dat jaar viel de vorst in die met kleine onderbrekingen tot 22 maart 1814 aanhield. Onder de burgerij ontstond honger en gebrek. Toen de admiraal hierover werd geinformeerd stelde hij direct voedsel beschikbaar uit de voorraden aan boord van de schepen in de haven. Om het gebruik van proviand anderzijds zoveel mogelijk te beperken liet hy de 1500 Spaanse krijgsgevangenen die dwangarbeid hadden verricht by de aanleg van de forten, na belofte hunnerzijds niet aan de strijd tegen de vesting te zu1len deelnemen, naar hun land terugkeren. Al met al een houding die men van een bevelhebber van een belegerde vesting niet zou verwachten. Wat dreef hem hiertoe? 6m hierop een antwoord te kunnen geven, dienen we iets meer te weten van de persoon Carel Hendrik Ver Huell. Op 4 februari 1764 te Doetinchem geboren als zoon van de advocaat fiscaal van het graafschap Zutphen en burgemeester van Doetinchem mr.Quirijn Maurits Ver Huell, trad hij in 1775 in militaire dienst als kadet by de infanterie doch vier jaar later zien we hem als adelborst by de Marine. Zijn eerste commandant was Jan Hendrik van Kinsbergen. Op 5 augustus 1781 nam hij deel aan de slag bij de Doggersbank als buitengewoon luitenant aan boord van de ''Argo". In 1795 was hij opgeklommen tot kapitein-luitenant ter zee en in 1794 werd hij adjudant-generaai van de opperbevelhebber Van Kinsbergen. Als zodanig verving hij zijn broer Christiaan Anton, die de marine ontmoedigd had verlaten. Bekend als een trouw aanhanger van Oranje werd hij in januari 1795 belast met de taak om de stadhouder, Willem V, met zijn gezin naar Engeland te brengen doch zijn fregat, de "Echo" lag ingevroren in het Nieuwediep en ondanks de pogingen van de havenmeester Anthony van Hanxlede om het schip vrij te krijgen, liep dit op niets uit. Op 18 januari 1795 was Ver Huell aanwezig toen de prins met zijn beide zoons vanaf het Schevaingse strand met een pink naar Harwich overstak. Hij weigerde zelf mee over te steken daar hij zijn gezin niet in de steek wilde laten; maar toen de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, nam hij ontslag uit de zeedienst en trok hij zich terug op zijn landgoed bij Doetinchem. Hier werd hij al spoedig benoemd tot richter in het Ambt Doetin chem en tot lid van de magistraat van Zutphen. Tijdens de inval der Engelsen en Russen in 1799 vervoegde hij zich op diens verzoek bij de stadhouder te Den Helder, doch de fatale afloop van de Brits- Russise expeditie was er de oorzaak van dat hij slechts getuige kon zijn van de weder-inscheping van het 40.000 man sterke expeditiekorps. Langs dezelfde weg als waarlangs hij gekomen was, via Emden, keerde hij ontnuchterd naar zijn woon plaats terug. Na lang aarzelen wordt hij eind 1802 benoemd tot burgemeester van Doetinchem, een functie die ook zijn vader, groot- en overgrootvader hadden bekleed. Toch blijft de zee hem trekken en als de jongste zoon van de stad houder, Prins Frederik, in 1803 Je voormalige officieren adviseert zich op nieuw in militaire dienst te begeven, acht Ver Huell zich van zijn eed van trouw aan de stadhouder ontslagen en keert hij als Schout bij Nacht bij de Marine terug. In augustus 1803 stelt hij zich op verzoek van het Bataafse Bewind ter be schikking van de Eerste Consul te Parijs ter uitvoering van de tussen Frankrijk en de Republiek gesloten overeenkomst tot levering van een sterk bewapende

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Levend Verleden | 1989 | | pagina 6