Het Blikken huis
Bewoningsgeschiedenis
36
De Menningweerweg in 2020, inmddels
zonderde houten elektriciteitspalen
Op vrijdag 24 augustus 1810 kocht Pieter
Steeman, een koopman uit Alkmaar, voor
van uit, weer en wind trotserend. Op een
van die terugtochten fietste ik, eerder vrij
van school, in mijn eentje huiswaarts. Het
trof niet, want ik werd overvallen door
onweer. Stompetoren gepasseerd zijnde,
kwam ik op de open Menningweerweg.
Niet de ideale plek tijdens het gedonder.
Maar gelukkig was ik het eerste huis
links gepasseerd en werd gevoelsmatig
De plek van bewoning bestaat al ruim
tweehonderd jaar. Vóór 1810 was polder
de Schermeer eigenaar van het perceel.
Het bestond uit vier sectienummers C33
t/m C36, de eerste en laatste samen 10 are
bouwland, de'huismanswoning'stond op
een erf van 16 are en er was nog 50 are
weiland.
Het huis was helemaal niet van blik. De naam was afgeleid van het natuurverschijnsel
bliksem. Wanneer die zich liet zien, 'blikte' het. Een woord afkomstig uit de streektaal.
Waarom dan die connectie met dat huis..? Hieronder het antwoord.
In mijn jonge jaren fietsten dorpsjongeren beschermd door (toen nog) de palen met
voor het voortgezet onderwijs naar de bovengrondse stroomdraden, links van
scholen in Alkmaar. Ik maakte daar deel mij. Even verder doemde het tweede huis
rechts al op. Nauwelijks was ik daar
voorbij of een knetterende lichtflits
verblindde en verdoofde mij. Nog
geen tien meter van mij vandaan was
de bliksem in een PEN-paal geslagen.
De vuurstraal had spiraalsgewijs een
rokend spoor op de paal achterge
laten. Het was mijn redding, dacht
ik later. Als de palen er niet hadden
gestaan, was het wellicht mijn beurt
geweest. Mijn kleddernatte toestand
was een ideale geleider geweest.
Iedere keer wanneer ik het huis
passeerde moest ik denken aan de
bliksem-ervaring en noemde ik het
nabij gelegen huis'Het blikken huis'.
Dit tweede huis, Menningweerweg
3, heeft altijd een apart plekje in
mij wakker gehouden, het huis van
het weerlicht. Waarom er niet over
schrijven?