De voorgeschiedenis Dit verhaal speelt zich af in de tijd waarin de Franse revolutie nog levendig in de herinnering van veel mensen aanwezig was. De gevolgen ervan, de vestiging van de Bataafse Republiek, het Koninkrijk Holland en tenslotte het Koninkrijk der Nederlanden, waren voor iedereen duidelijk. De enorme schade aangebracht door de inval van Engelsen en Russen in de kop van Noord-Holland was nog niet hersteld, maar de wederopbouw was in volle gang. Het koninkrijk, uitgebreid met de Zuidelijke Nederlanden, was onder koning Willem I een nieuw leven begonnen. Leger en vloot werden opnieuw opgebouwd, de handel herstelde zich. Er werd gewerkt aan de toekomst. De ouders en grootouders van Jacob Tol hadden in Warmenhuizen en Harenkarspel de veranderingen van heel nabij meegemaakt en hadden daar ook onder te lijden gehad. Jacob Tol, de hoofdrolspeler in dit verhaal, was toen nog niet geboren. Bij al deze nieuwe ontwikkelingen hoorde ook de aanleg van het 'Groot Noord- hollandsch kanaal'. De verbinding tussen Amsterdam en Den Helder via dat kanaal zou een aanzienlijke verkorting van de reistijd opleveren vergeleken bij de reis over de Zuiderzee. Op zaterdag 21 juli van het jaar 1821 maakte koning Willem I een inspectiereis langs het werk aan het kanaal. Hij bezocht toen ook de werken bij Koedijk waar de bestaande vaart drooggelegd werd en ten behoeve van de scheepvaart die door moest kunnen gaan, een hulpkanaal moest worden gegraven. Het gebeuren moet een grote indruk hebben gemaakt op de mensen die eraan werkten maar ook op de mensen die in de buurt ervan woonden. Al het werk moest met de hand gedaan worden door duizenden arbeiders. Zij kwamen overal vandaan, ook zelfs uit Vlaanderen en Duitsland. Zij werden slecht betaald en er waren dan ook af en toe stakingen en onlusten. Zo werd in 1823 een aannemer, Gerrit Huijskens afkomstig uit Oldenburg in Duitsland, bij Akersloot gedood door een aantal arbeiders. Hij had zich tegen zijn aanvallers verweerd door er twee dood te schieten. Met behulp van het leger werd de rust weer hersteld. Meer dan vijf jaar werd er gewerkt voor het kanaal gereed was. In de zomer van 1819 was men begonnen, eind 1824 voer het eerste grote zeeschip, het fregat Bellona, van Amsterdam naar Den Helder. Hoe Jaap Tol op Sint Pancras belandde

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 2014 | | pagina 94