weiland, tussen de Oostwalsloot en de met riet begroeide Beverkoog was het eveneens weiland wat de klok sloeg. Kortom de hogere gronden, waarop de huidige dorpskom ligt, werden benut als bouwland en verder zag je rond St. Pancras alleen water en weiland. Omstreeks 1700 bezat de diaconie van de N.H. kerk o.a. de volgende landerijen: Een stukje weitlant gelegen aan de Somersloot genaamt het Leegjegroot 2 garze 6 snees. Van 1781-1788 werd het gehuurd door Ary Pietersz. Nollen voor 12 gulden per jaar. Een stuk weytlant genaamt Aalt Bouwens of de Bregweyt, groot 10 geerze 3 sneese 9 roede. De Bregweyt werd verhuert an Jan Claasz. Smit met genoege van de volle kerkeraat voor de tijt van 10 jaare, vermits de huerder alle jaare afstant daar van kan doen en vermits daar elke jaar twee praame mis of aarde van dien op te brenge, begint 1790 en eyndigt 1799 ieder jaar voor een som van 85 gulden. Een stuk weytlant genaamt de Vrouklaergroot 9 geerse 5 sneese 9 roede In 1781 en 1782 huurde Dirk Klaver het voor 54 gulden per jaar, Van 1783-1788 was dit Ariën Jacobsz. Booy Hij huurde dit telkens voor 2 jaar in, waarvan 't eerste jaar te etten (alleen grazen) voor 66 gulden per jaar. De diaconie bezat zaadakkers in de kashoek, in de Langakkers, onder Broek en in de Venne. huurperikelen "De Hervormde diaconie bevoordeelt vrienden en kennissen bij het verhuren van landerijen. Doe er eens wat aan!" Onder dat motto schreef een stelletje Pancrasser boeren in 1852 de volgende brief Aan de Groot Edelachtbbare Heeren Ged. Staten van N. Holland Geven met eerbied te kennen N. Booy, D. Booy, J. Wielings en Jb Booy, allen landbouwers wonend te St. Pancras, dat de landerijen van de algemene armen van de Ned. Hervormde diaconie der gereformeerde kerk sedert lange tijd uit de band verhuurd worden en waar familieleden het recht schijnen te erven elkaar op te volgen in de huur van bepaalde stukken land en anders door nabestaanden van de heren administrateurs der landerijen en soms zelfs door de beheerders zelf 9

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 2002 | | pagina 11