-66- ze meegenomen. Ik meen dat Jan Wiedijk, Cor de Koning en Jan Kouwen er ook bij waren. Floor, toen al een grote jongen, stond in een hoekje van het school plein te huilen omdat zijn broer erbij was. Enkele ou dere meisjes stonden om hem heen en probeerden hem te troosten. Dat maakte toen diepe indruk op me. Meester Polderman kwam na afloop van de razzia uit een kast tevoorschijn. Enkele jongens uit de garage van Minne- sma, Jan Rol en Dick Groot Aznwerden ook gepakt. Ik meen dat de meesten 's avonds al weer vrij kwamen. In de winter van 1944 - 1945 werd onze buurt uitge breid met een stel jongens uit Amsterdam. Bijna alle buren hadden toen reeds een meisje in huis genomen: bij D.Kok was Corrie Brokken uit Rotterdam, bij Minne- sma was haar zusje, bij Joop Slijker Lenie van Leeuwen uit Amsterdam. Bij ons at gedurende de hongerwinter buurmeisje Aafie Kooy mee, dan hadden ze thuis weer meer In de garage van Minnesma kwam een jongenskamp, zoals we dat noemden. Leidsters waren twee jonge onderwijze ressen, Corrie v.d. Werve en Riek v.d. LugtDe jon gens waren o.a.: Henk Spijer, Bennie Dolman, Wim Brug man, Dirk van Tongeren, Jan en Theo Streefkerk, een tweeling en de jongste was de vijf-jarige Jopie Oli- vier. Met elkaar waren er een stuk of tien. Op een middag speelden we op het plein voor garage Minnesma, toen Annie Bruin van de scheepswerf langs kwam met een klein meisje aan de hand. Jopie Olivier gaf een gil en vloog op dat kleine meisje af. Het bleek zijn zusje te zijn. Die jonge kinderen zaten, zonder dat ze dit van elkaar wisten, in hetzelfde dorp. Het was heel ontroerend en blijft me bij al was ik toen ook nog zo jong. De jongens kwamen bij ons in huis op 't fornuis de karnemelksepap koken. Het fornuis stond in de kamer en de jongens maar roeren. Mijn moeder hielp ze veel. Voordat ze in 1945 weer vertrokken, kreeg mijn moeder, die ze tante Betje noemden, een schilderijtje. Op de achterkant stond een klein gedichtje, dat ze voor haar hadden gemaaktIk weet nog dit

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 72