Mijn vader zocht, na die dag met een schaar als enig instrument met goed gevolg een bevalling te hebben verricht, eerst een onderdak bij 'meester' Monster, het hoofd van de 'School met den Bijbel', zoals op de gevel prijkte. Door een luik in het plafond van de WC, klom hij daar op de zolder van de school. Toen meester Monster poolshoogte had genomen en om twee uur kon melden, dat de Duitsers zich in het huis van Wijminga hadden terugge trokken, daalde hij weer terug en ging in gezelschap van de verzetsman Piet 'Anders' de boterhammetjes eten, die mevrouw Monster had bereid. Toen om half acht de kust vrij was, vertrok mijn vader met Piet Anders als verkenner vooruitgaand, op de fiets naar Kees Vader, aan de Middenweg in de Schermer. Dat was het al eerder afgesproken adres waar men zich zou treffen in geval van nood. Daar kwamen ook Wim en Piet Boeken, Cit Fluitman en Jan van Leeuwen en ik bij de gastvrije en moedige familie. Moedig, want op het verbergen van 'terroristen' stond de doodstraf. Mijn moeder en Jaap Zeeman kwamen er later om de stuatie te bespreken. Mijn vader vertrekt daarna naar familie van Jacob Glas in Andijk, en zal als de kunstschilder Arie Glas, gescheiden van Maria Zwart, voorlopig door het leven gaan. Ikzelf word Karei Sloten, landarbeider uit Koedijk, en blijf even in de Schermer. Jaap Zeeman en Annie Kuenen, ook lid van de ploeg van Rinus Knape, hebben voor de valse persoonsbewijzen gezorgd. Mijn moeder heeft ondertussen enige bezoeken aan de SD, o.a. bij de com mandant Döring, in Alkmaar gebracht. Zij eiste dat de gestolen spullen terug zouden worden gebracht. Döring verzekerde haar, dat een Duitser niet steelt. Maar de situatie is zo veranderd - voedseldroppings door heel laag vliegende bommenwerpers hebben inmiddels plaatsgevonden - dat hij bakzeil haalt. Met een paard en wagen komen zij wat meel, suiker, olie (waarschijnlijk bij Verburg gestolen) en een paar flessen Rijnwijn brengen. Mijn vader en ik komen op 6 mei als clandestiene gasten weer in ons huis terug. Een paar dagen na de bevrijding wordt er 's avonds gebeld. Omdat de tijden nog steeds een beetje onzeker zijn - er worden uit wraakoefenig, of door verzetsmensen verraders, of door verraders verzetsmensen, uit de weg geruimd. Die geruchten lopen althans. Als ik open doe, staat er een man op de stoep, die mijn vader wil spreken. Hij kan mij niet vertellen waarover; het is persoonlijk. Dat doet wat verdacht aan, maar ik laat hem, voor mij uit lopend, de woonkamer binnen. Waar ik aan mijn vader zeg, dat deze man hem wil spreken. Achter de man staand, laat ik mijn vader zien dat ik een pistool in de hand heb. Maar deze voorzorg blijkt overbodig. De man legt uit. dat hij de broer is van de Landwachter die mijn moeder tijdens de huiszoeking had -226-

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 232