kwam. Het feit dat Cor Schouten gemeentesecretaris was, vergemakkelijkte dit soort oplossingen erg. Maar Cor Schouten werd bij deze gelegenheid zelf gepakt, en met een aantal andere mannen naar het stationnetje Sint Pancras afgevoerd. Daar werden zij met veel anderen uit het zuidend in een goederen wagon gestopt. Burgemeester Kroonenburg wist echter al gauw zijn enige en onmisbare ambtenaar voor verdere wegvoering te behoeden. De telefoon was tegen het eind van de oorlog nog slechts beschikbaar voor enkelen, zoals het gemeentehuis, de politie en de dokter. Bij hen, die deelnamen aan het verzet, zoals de 'goede' politie of dokter, werden telefoon- wachten ingesteld. Als er Duitsers e.d. voorbijgingen, werd de volgende post gewaarschuwd dat zij er aankwamen. "Laat Jan om zes uur even langskomen", betekende dat er zes moffen langs waren gekomen. Piet was Landwacht, Klaas was Grünen (Griine Polizei). Zo zaten op 25 april '45 om een uur of half negen Wim Rol en ik in de erker van ons huis op de uitkijk. Een groep van een zestal Duitsers kwam twee aan twee in gelid op de fiets voorbij, richting Broek op Langendijk. Maar san het begin van de Twuyverweg maakten zij rechtsomkeert. Hun doorrijden bleek een afleidingsmanoeuvre te zijn geweest, want meteen kwam er toen een hele troep, tegen de dertig man, onze oprijlaan in. Wim Rol en ik, die al klaar stonden om naar Broek te gaan bellen, schreeuwden luid "de moffen'" om vooral de in huis aanwezige onderduikers te waarschuwen, en renden aan de achterkant het huis uit. Door de vele vruchtbomen die daar stonden waren wij, gevolgd door de anderen, ai gauw uit het zicht, en konden sluipend en kruipend in het aan de sloot staande 'boetje' van Piet Koedijk komen. Daar gingen we, Wim Rol, Wim en Piet Boeken (om reden van voedsel voorziening bij ons gehuisveste Haagse familieleden), Cit Fluitman en Jan van Leeuwen (ondergedoken studenten) en ik wachten op wat komen ging Door het ruitje in de deur van het zoldertje konden wij volgen, wat er buiten gebeurde. Moeder van der Bijl bracht ons eten, afkomstig van de moeder van Wim Rol. Zij maakte ons erop opmerkzaam, dat we vanaf de Bovenweg te zien waren. Een jute zak werd daarom voor het raampje gehangen. Twee moffen die in de verlengde Vijzellaan aan jongens om inlichtingen vroe gen, werden door hen naar het boetje verwezen, maar Wever, die dat zag en erbij kwam, wees hen de verkeerde richting uit. Toen ik daarna bij de familie Wever ging vragen, hoe de zaken er voor stonden, werd ik met een standje weer weggestuurd. In paradepas, met de schop op de schouder kwam ik weer terug. Een paar schoten vielen vanuit de richting van ons huis, glasgerinkel werd gehoord, en aan het eind van de ochtend kwamen een paar Duitsers met de -222-

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 228