-204- hoewel niet onvermijdelijk, een begrijpelijke menselijke reactie. Zo kan het in een familie mogelijk zijn geweest dat er van drie broers: één communist, één nationaal-socialist en één 'neutraal' was. Dat de een van de ander vindt, dat hij niet zo erg communist of niet zo erg nationaal-socialist was, lijkt achteraf en in afwezigheid van de betrokkenen, moeilijk meer uit te maken. Zomin als door een buitenstaander valt te garanderen in hoeverre een communist nu wel een echt goede communist, in hoeverre een christen nu wel een echt goede christen is. Zelfs voor de betrokkene zelf is het niet gauw een uitgemaakte zaak... Over het namen noemen van verraders, of zelfs het geven van een vage maar toch herkenbare aanduiding, kan het volgende worden opgemerkt. Natuurlijk is het voor de familieleden of nabestaanden van verraders een zware last om de schuldigheid van een ouder te dragen. Want zij waren vaak zelf niet (mede)schuldig, of nog niet eens geboren. Maar een feit is dat die familie of nabestaanden alles hebben overleefd. En meestal ook nog de schuldigen zelf, die zelden hun straf uitzaten, De verradenen hebben daarentegen vaak het leven verloren, en soms hun familie met hen. Dikwijls onder verschrikkelijke omstandigheden. Velen die het wel hebben overleefd zijn voor hun leven getroffen gebleven. Dit diene men goed in herinnering te houden, voordat men gaat lamenteren over het lot van de verraders en hun gezinnen. Het zou natuurlijk onrechtvaardig zijn de nabestaanden van verraders er op aan te kijken. Zij dragen geen schuld. Maar van hen moet kunnen worden verwacht dat zij de schuld van de ouder met spijt, vooral tegenover de slachtoffers (waarbij dit woord zijn volle betekenis draagt), aanvaarden en door hun eigen goede gedrag die schuld trachten af te kopen. Zegt de christelijke leer ons niet zelfs, dat de afkoping van de menselijke erfschuld de eigenlijke zin van ons leven zou zijn? Allen die aanvankelijk hebben willen geloven in stromingen, maar die zich later hebben laten verraden door machtsmisbruikende leiders treft - zolang er geen aanwijzingen of bewijzen van dat verraad bestonden - geen schuld. Men heeft immers het geloof in een goede zaak nodig, hoop doet immers leven.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 210