-202- mannen die op hun vroegere standplaatsen niet meer te handhaven zouden zijn geweest wegens hun gedrag in de bezettingstijd. Naar het gevoel van de beide oud-verzetsmakkers laat een aantal kaderleden zich laatdunkend uit over het verzet en lijkt het verstandig zich van hun kant niet op hun verzetsverleden te beroepen. Het het eerste werk na hun aankomst is, dat beiden worden gescheiden en in verschillende afdelingen geplaatst. Na zijn opleiding wordt Bart Benedick als wachtmeester geplaatst onder een commandant waarvan hem al gauw bekend wordt, dat ook hij direct na de bevrijding een tijd geschorst is geweest wegens het arresteren en doen wegvoeren van joden. Na die schorsingsperiode werd hij overgeplaatst en zelfs nog bevorderd tot Groepscommandant. Een storm van protesten uit de bevolking heeft tot gevolg dat hij tenslotte medio '48 weer wordt over geplaatst - en tot hoofd van de Speurhondenschool benoemd. Weinig oud-verzetsmensen, veel oud-Schalkhaarders vonden na de bevrij ding een plaats als politieman. Aldus Bart Benedick. Pas bijna een halve eeuw na het eind van een oorlog wordt toch nog als troostprijs het Verzetsherdenkingskruis uitgevonden, en uitgereikt aan wie er recht op heeft en het hebben wil. Waarvan sommigen niet, maar velen als toch nog énige blijk van waardering en bewijs van hun deelnemerschap, wél gebruik willen maken. Inplaats van herdenkings- had het juister deelnemingskruis kunnen heten, wordt hier nog even spijtig geslaakt. Ruim gerekend, naar de cijfers van de officiële geschiedschrijver L. de Jong, heeft één op de 180 Nederlanders daadwerkelijk deelgenomen aan het verzet. Wie, onder de jongeren, zich een idee wil maken over de grootte van de deelname aan het verzet tegen de milieuvervuiling van nu, vergelijke de situatie met het verzet tegen de 'mileuvervuiling' door de nazi's van toen. Wie loopt daarvoor nu warm? Wie zet zich er - nee, niet met praatjes maar daadwerkelijk - voor in? Hoeveel? Kijk eens om je heen en als je het nog niet wist, dan zie je het: een handjevol. De grote meerderheid blijft in feite weer onverschillig, een niet gering aantal collaboreert lekker mee aan die vervuiling. Omdat die, net als toen, niet algemeen wordt onderkend als een voor de mensen en hun toekomst dodelijke gevaar. Als je in verzet komt tegen dit, en al het andere onrecht, dan heb je een kans om het het winnen; en tenslotte toch nog als voorbeeld worden gesteld. Daarom vooral heeft het zin het verzet te herinneren. C.D.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 208