155- De bezetting verloopt voor de doorsnee-burger aanvankelijk zonder veel andere invloed op het dagelijks bestaan dan beperkingen in de algemene omstandigheden: distributie van de eerste levensbehoeften en wisselende 'spertijden'; de nachtelijke periode waarin men zich niet op straat mag bevinden. Af en toe worden mensen, om vaak niet na te sporen redenen, opgepakt. Zoals in mei '41 Theo van der Gulik uit Oudorp. Hij weet echter te ontsnappen, wordt achtervolgd en krijgt op het moment dat hij bij de brug bij de V.B. in het water springt, een bajonetsteek in de rug. Maar hij weet achter de houtstellingen om thuis te komen. Ondanks het vuile water, en het feit dat bij het ademhalen lucht door de wond in en uitstroomt (wat door de dokter met een hechting wordt verholpen) loopt hij geen infectie op en herstelt weer snel. Eigenlijke oorlogshandelingen hebben in ons dorp weinig sporen achterge laten, en dat zal tot het einde zo blijven. De eerste schade wordt op 14 juli '41 aangericht. Dan laat een vliegtuig een lading bommen vallen op akkers en in sloten even voorbij de 'Merakele breg' aan de Twuiverweg. Een paar huizen lopen glas- en pannenschade op. De daar wonende stokdove vrouw van Jaap Bobeldijk zou aan haar man hebben gevraagd: "Liet je wat vallen, Jaap?" In het voorjaar van '42 komt er inkwartiering van Duitse soldaten in de scholen van Sint-Pancras. Maar na een paar weken zijn ze alweer vertrok ken. Ook heeft deze exporteur voor de oorlog o.a. getracht twee neergekomen Duitse vliegers te bevrijden, waarna hij werd gearresteerd en gevangen gezet. Meteen na het eind van de Duitse inval in '40 kwam hij weer thuis. Tijdens de oorlog dekt hij zich naar alle kanten, maar na de bevrijding wordt hij na een onderduikperiode opgespoord en gevangen gezet. Hij weet echter 'wonderbaarlijk' te onsnappen, maar wordt toch weer gepakt wan neer hij op een oorlogsschip (duikboot?naar men wel beweert door hem uit naam van de Argentijnse regering gekocht, tracht naar Argentinië te ontkomen. Na te zijn berecht, waarbij zoals ook bij andere collaborateurs plotseling weinig of niets meer ten laste kan worden gelegd, komt hij snel weer vrij. Hoe men achteraf dit soort zaken beoordeelt, zal vaak afhangen van de persoonlijke ervaringen en de beleving daarvan door de beschouwer. Degene die geen gevolgen heeft ondervonden van verraad of zich niet zo bij het gebeurde betrokken voelt, zal een milder oordeel kunnen hebben dan degene die er zelf wel schade van heeft gehad of naasten ermee heeft verloren.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 161